• 0519-555100
  • 06-22485795
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Nieuws over Ameland

Lees hier waar we in de Amelander over scrhijven

‘Het heerlijk avondje is gekomen, het avondje van…’ Ja, van wie eigenlijk? Het is opnieuw de tijd van het jaar. De goedheiligman is in het land, samen met zijn jarenlange en betrouwbare knecht. Zwarte Piet, zoals wij hem eigenlijk allemaal kennen. Maar niet voor iedereen is dat een even fijne benaming. Al sinds de jaren tachtig – net na de onafhankelijkheid van Suri-name – zijn er hier en daar Zwarte Pieten-protesten. Veel Surinamers verhuisden namelijk naar Nederland en werden hier geconfronteerd met Zwarte Piet. Of meer bepaald: de ver-gelijking van Zwarte Piet en de creool-se cultuur.

Voor de mensen die het niet weten: creolen zijn een Surinaamse bevol-kingsgroep die afstammen van voor-malige Afrikaanse slaven. Slavernij is anno 2019 in alle landen ter wereld verboden, alhoewel het helaas niet overal verdwenen is. Vooral in de tijd van de koloniën (in de eeuwen 1500-1900) maakten ook veel westerse lan-den zich schuldig aan slavernij. Een verschrikkelijk iets. Best logisch dus, dat de creoolse gemeenschap in Neder-land in de jaren tachtig en negentig voorstelde om het Sinterklaasfeest voortaan zonder Zwarte Piet te vieren. Dat ging niet door, maar wel werd Piet her en der aangepast.

Na diverse pogingen om de uitstraling van Zwarte Piet te veranderen, stelde een bevolkingsonderzoek in 1998 vast dat 96% van de Nederlanders het Sinterklaasfeest als een traditie voor de kinderen zag en dat het niets met discriminatie te maken had. Daarmee werd de discussie eigenlijk in de ban gedaan. In mijn jeugdjaren (geboren in 1991) heb ik er althans niets van mee-gekregen. Dat er überhaupt zoiets speelde. Op mijn achttiende werd ikzelf door Sinterklaas benaderd om hem te assisteren daar waar nodig. Ik heb dat vijf jaar gedaan. Juist in die periode werd de impasse in de Zwarte Pieten-discussie doorbroken.

Het waren in 2011 Quinsy Gario en Jerry Afriyie die het kunstproject ‘Zwarte Piet is racisme’ startten. Samen met twee anderen gingen ze vervolgens naar de intocht van Sin-terklaas in Dordrecht met een T-shirt aan waarop ‘Zwarte Piet is racisme’ stond. Ze werden opgepakt. Ze werden landelijk nieuws. Ze werden interna-tionaal nieuws. Gario diende daarna een protest in tegen de politie dat hij beperkt werd in zijn vrijheid van me-ningsuiting. Daarin had hij gelijk. Sinds dat jaar treedt Gario op als tegenstander van Zwarte Piet. Hij en zijn – inmiddels – vele aanhangers vinden dat Zwarte Piet een racistische stereotypering is.

Ieder jaar keert de discussie terug en ieder jaar intensiever en agressiever dan twaalf maanden eerder. Nu heb-ben we roetveegpieten, hebben we het over regenboogpieten gehad en wat al niet meer. We hebben het hier nog wel altijd over een kinderfeest. Een Neder-landse traditie. In een multiculturele samenleving, dat wel. Moeten we daar rekening mee houden? Ja. Rationeel gezien zou ik zeggen dat het geen donder uitmaakt hoe Zwarte Piet eruitziet. Want vraag kinderen wat ze het allerleukst vinden aan het Sinter-klaasfeest, dan zijn dat de cadeaus en het snoepgoed. Nee, niet Sinterklaas. En nee, niet Zwarte Piet.

Rationeel zou je dus kunnen stellen dat Gario, Afriyie – wat overigens goed om te weten is: Gario is geboren op Curaçao en Afriyie in Ghana, bei-den dus niet in Suriname – en anderen best een punt hebben als de opzet van Piet anders moet. Emotioneel is dat voor veel Nederlanders een heikel punt. ‘Je komt niet aan onze tradities als je hier komt wonen!’, is een veel gehoord argument. Eigenlijk is dat heel gevaarlijk. Want op die manier creëer je een wig tussen de verschil-lende etnische groepen die hier in harmonie samenleven. Sterker: als die lijn zich voortzet, drijf je het racisme op de spits. De scheidslijn gaat steeds dikker zijn.

Hopelijk komt het niet zo ver. Laat het duidelijk zijn: ik ben geen tegenstander van Zwarte Piet. Maar de gehele dis-cussie had eigenlijk helemaal geen discussie moeten zijn. Voor Surina-mers niet, voor Curaçaoërs niet, voor Ghanezen niet en bijval voor alle ge-kleurde mensen niet. Zwarte Piet is niet racistisch. Voor iedereen die daar niet in mee wil: ik raad diegene aan de documentaire Wild Geraas van de onafhankelijke journalist Arnold-Jan Scheer te bestellen en te bekijken. Want Zwarte Piet is niet iets Neder-lands. Sterker nog: het Amelander feest aan het begin van december dat niets met Sinterklaas te maken heeft?

Think again. Toch kunnen we er niet omheen. Anno 2019 is de bemoeizucht van het individu tot grote hoogte gestegen in Nederland. ‘Ik vind daar iets van’, is ondertussen behoorlijk ingeburgerd. Want na Zwarte Piet, staat nu ook het Kerstfeest onder druk. Supermarktketen Lidl spreekt al van Pakjesfeest en houdt het bij ‘Feest’ wanneer men ’t over de Kerst-periode heeft. Op scholen hebben we in veel gevallen al niet meer het Kerstdi-ner voor de Kerstvakantie (hoe gaan we dat eigenlijk noemen?), maar over ‘eindejaarsmaaltijd’. Wat gebeurt er straks met de Ramadan, het Suiker-feest of Goede Vrijdag? Alles politiek-correct?

Waarom kunnen we iedereen niet in elkaars waarde laten in dit multicul-turele land? Waarom accepteert de ene bevolkingsgroep niet dat Zwarte Piet een afstammeling is van de Moren (een bevolkingsgroep uit de middeleeuwen, veel eerder dan de slavernij) en waar-om accepteert de andere bevolkings-groep niet gewoon dat een offerfeest hoort bij de andere cultuur? Ik vraag me bovendien weleens af waar ieder-een de tijd vandaan haalt om zich overal zo over op te winden. Vaak kleine zaken. Dát is pas droevig, eigen-lijk. Ga iets nuttigs doen. Demonstre-ren mag. Het ergens mee oneens zijn ook. Maar laat het er dan toe doen.

Stop het grote zeiken om alles, om niets.

Youri IJnsen


Op een plek elders in dit magazine heb ik in het artikel omtrent bereikbaar-heid geprobeerd om een duidelijk beeld te schetsen van wat er nu op tafel ligt. Een heel complex verhaal. In totaal had ik 28 A4-tjes met materiaal: vier uitgeschreven interviews van drie uur lang en een (relevant) uitgeschreven deel van de presentatie zoals die op 18 september gegeven is. Naast die 28 velletjes boordevol informatie, lag er ook nog een eindnotitie van zestien kantjes met op papier de scenario’s. In die wirwar heb ik geprobeerd om duidelijkheid te scheppen. In de eerste plaats hoop ik dat dit gelukt is en dat u de materie begrijpt.

U zult wellicht ook snappen dat ik hierin een (journalistieke) keuze moet maken. Wat behandel ik wel en wat laat ik achterwege? Kill your darlings noemen ze dat, misschien zegt die term u iets. Want binnen de geschetste scenario’s, zijn er ook nog tal van varianten. Die staan daar allemaal uitgelegd en daarna zijn ze dan weer allemaal uiteengezet in een propvolle matrix. Wellicht mist u in het huidige verhaal daarom extra uitleg over een hovercraft of de gescheiden vervoers-stromen, bijvoorbeeld. Vandaar dat ik ervoor gekozen heb om het Dossier Bereikbaarheid te noemen. Later kunnen we daarop terugkomen.

Want het verhaal dat nu van belang is, is het feit dat de besproken drie scenario’s als advies naar minister Van Nieuwenhuizen gaan. Als het straks duidelijk is welk scenario de voorkeur heeft, lees je in dit magazine welke verschillende varianten er zijn en welke ‘smaak dan het lekkerst’ is. En als er straks nieuwe boten of ande-re oplossingen komen, gaan we daar ook over berichten. Je hoeft dus niets te missen over dit hele traject. Ik vind het namelijk razend interessant. Zeker nu ik het er met een aantal mensen intensief over heb gehad, grijpt dit me aan en wil ik er erg graag alles van weten. Daardoor krijg je ook een me-ning over dit project.

Als je mij vraagt wat de beste oplos-sing is, dan weet ik dat wel. Want zet alle sentimenten en het onderbuikge-voel eens opzij: dan is een tunnel mis-schien wel een logische optie. Want eerlijk is eerlijk. Als je via de tunnel eenmaal hier bent, verandert er toch niets aan het stukje land waar wij op wonen? Statistisch gezien bedraagt de kans 33% dat we straks onder de Wad-denzee doorgaan. Je hoeft je nooit meer zorgen te maken over de bereik-baarheid. Je weet altijd precies hoe laat en wanneer je thuiskomt en als je tol gaat heffen, kun je de toeristen-stroom ook enigszins reguleren. Maar goed, als ze willen betalen is dat punt al weg.

Wat overigens ook in de wandelgangen rondging: We kunnen de tunnel ook op gezette tijden – lees: ’s nachts – slui-ten. Dat is natuurlijk flauwekul. Want wat schieten we er als eilanders dan mee op? Maar áls het uitdraait op deze variant, stel ik voor dat eilanders een soort pas ontvangen, waarmee je te allen tijde door de tunnel kunt rijden. Ook ’s nachts. Voor mijn werk kom ik veel aan de vaste wal, minstens een keer per week. Op Ameland wonen is financieel gezien niet de meest tacti-sche zet, maar met een tunnel zou ik altijd naar huis kunnen en kan ik hotelkosten besparen. Als forens vind ik een tunnel geen gek idee.

Als Amelander hoop ik dat de knappe koppen in Den Haag het eilandgevoel zwaar meetellen. Want de boot hoort bij ons, de overtocht zit in ons DNA. En hoewel een tunnel mij qua werk heel goed zou uitkomen, wil het hart daar echt niet aan. Alleen die tunnel is niet hetgeen wat me het meeste zorgen baart. Dat is het simpele feit dat er op de infoavond in Hollum slechts één iemand in de zaal jonger was dan ik (28 jaar) ben. Ook qua dertigers hield het niet over: ik denk dat ze op een hand te tellen waren, hooguit op twee. Hoe kan dat nou? Waar zit je met je verstand? Daar begrijp ik echt hele-maal geen sodemieter van…

De vraag die wij nu met z’n allen moe-ten beantwoorden is wat Ameland in de toekomst wil. Waar moet het eiland naartoe als we vooruitkijken naar 2050? Met alle respect: maar alle men-sen ouder dan 40-45 jaar die in die zaal zaten, zitten tegen die tijd in ouderen-woningen of liggen al onder de grond. Zij moeten die vraag niet beantwoor-den. Hun kinderen moeten dat doen. Míjn generatie moet dat doen! Willen we meer of minder toeristen? Willen we een tunnel of willen we blijven varen? Willen we een autoluw eiland? En wat doen we met de duizenden toeristen die hier speciaal komen, omdat ze de auto kunnen meenemen?

Dat zijn de vraagstukken die spelen. Voor onze generatie. Niet die van onze ouders of grootouders, maar die van ons. En alleen door ons uit te spreken en ons te verenigen, kunnen we invloed op de toekomst uitoefenen. Er mag verdomd weinig op de Waddenzee. Geen natuur vernietigen – want dat soort termen krijg je – en ecologie boven economie. Daarin is ook een belangrijke rol weggelegd voor de Gemeente Ameland. Ook zij moet strij-den. Met ons. Want stel die tunnel komt er. Hoe veel zin heeft dan nog een Gemeente Ameland? Dan kunnen we toch net zo goed opgaan in Ge-meente Noardeast-Fryslân?

We mogen ons niet laten verzuipen. De bereikbaarheid moet intact blijven. Vorig jaar heb ik het al eens aange-haald in Nat Zand: als er minder mensen naar het eiland kunnen, omdat de boot niet vaker vaart. Dan betekent het dat er minder inkomsten zijn. De werkloosheid gaat op den duur stijgen en de vraag is wanneer de eerste Ame-landers naar de wal verhuizen, omdat ze hier niet meer aan de bak kunnen. En denk nu niet dat dit overwaait. Kom ook niet – typisch Amelands – op het laatst in actie. Anders houden we het hoofd niet boven water. Wat be-treft de toekomst, een korte samenvat-ting. Men zit – denk ik – al in tunnelvi-sie:

We varen eerst van Ferwert naar Nes en als dat niet langer meer kan, naar Hollum.

Youri IJnsen


De Amelander

Strandweg 1, 9162 EV Ballum
E.: klaastouwen@deamelander.nl
T. 0519-555100 of 0622485795

Een eerste kennismaking
Advertentietarieven 2020
Uitkomstdata 2020

Disclaimer

Contactformulier

© 2020 De Amelander. Alle Rechten Voorbehouden. Design by Webtool4all