• 06-22485795
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Welkom op deamelander.nl

Gevaar voor grutto, scholekster, tureluur en kievit

Feiten over de Amelander weidevogels: op pad met Paulus Brouwer, Jan de Jong en Tom Voortman 

Dit jaar begon met een uitgesproken droog voorjaar. In de dorre weilanden stelden de vogels het leggen van eieren daarom maar uit. Alleen de kievit hield zich aan het normale schema en deed het achteraf gezien precies goed: de kievitouders kunnen dit jaar terugkijken op een redelijk geslaagd broedseizoen. Anders ligt dat voor de grutto, onze nationale vogel. Maar ook de scholekster en de tureluur hadden blijkbaar niet genoeg energie om tijdig eieren te leggen. Evengoed is eieren leggen een formidabele prestatie als je kijkt hoe groot de eieren zijn en hoeveel de moedervogel weegt. Maar toen de eieren eenmaal waren gelegd, bleek er een groter gevaar te zijn als voedseltekorten voor de jonge pullen. Paulus Brouwer, Jan de Jong en Tom Voortman hebben het in de veertig jaar dat ze vogels bestuderen nog nooit zo raar gezien. Ze leggen uit. 

Hoogseizoen voor de werkers in de weilanden

Ze trekken er dagelijks op uit: Paulus Brouwer, Jan de Jong en Tom Voortman om weidevogels in het veld te observeren en te monitoren. Dat brengen ze in kaart en ze zagen de aantallen scholeksters, kieviten, grutto’s en tureluurs in de door hen bewaak-te gebieden langs de Kooiweg groeien. Natuurlijk komt dat ook door hun goede samenwerking met boeren als bijvoorbeeld de gebroeders Beijaard en Jos Metz, die hun observaties volgen en hun beleid in hun weilanden daarop aanpassen. Dit jaar wer-den de drie meerdere keren ver-gezeld door natuurfotografe Anja Brouwer, die bezig is met een fotoproject over de scholeksters. Een project wat ze ‘Overleven op de Wadden’ wil gaan noemen. ‘Ik ben diverse keren op pad geweest met de mannen’, vertelt fotografe Anja Brouwer. ‘Ze hebben een vast werkschema. Rond 15.00 uur wordt Jan door Paulus opgehaald en gaan ze samen richting de Kooi. Meestal is Tom Voortman al eerder in het veld te vinden. Er wordt een kort werkoverleg ge-voerd. Tom heeft meestal al ob-servaties gedaan. Hij bericht wat hij heeft waargenomen. Zijn er een aantal jonge scholeksters drie à vier weken oud dan wordt be-sloten dat die geringd kunnen worden. In de groep heeft ieder zijn eigen taak: Paulus schrijft; hij noteert de maten van de jonge vogels, het gewicht en de lengte. Jan doet het ringen, maar Tom heeft daartoe in een thermoskan de kleurringen in heet water. Die zijn van plastic en zijn pas na het opwarmen in water soepel ge-noeg voor de vogelpootjes. Met een speciaal haakje worden dan de ringen na een aantal hardop getelde seconden aan het pootje bevestigd. Dan neemt Tom Voortman de taak weer over: hij zet alles in Excel bestanden. Daar is hij bij het uit het ei komen van de jonge vogels al mee begonnen, nu komt ook de nummering van de ring erbij. Zo weten ze precies welke vogel waar uit het ei kwam en wanneer. Om zes uur zit hun werk erop en gaan ze naar huis. Ik zag ze heel goed werk verrichten, dat gebeurt nergens in Nederland zo intensief.’

Kleurringen voor de kustbroeders

Paulus en Jan zijn verbonden aan een club van ringers, die voor het SOVON vogelonderzoek in het Waddengebied en in de Zeeuwse Delta de volgende vogels van ringen voorzien: kluten, visdie-ven, Noordse sterns, bontbekple-vier, strandplevier en dwerg-sterns. Veel vogels die langs de kust broeden hebben het zwaar. Vogels als de kluut, bontbekple-vier, visdief en strandplevier brengen bijna ieder jaar te weinig jongen voort.

De kieviten kregen gelijk met hun onverstoorbare gedrag. Ondanks de droogte, het dorre gras en de overvloedige regen, toen de pul-len nog heel klein waren, kregen de kieviten hun jongen groot. Paulus Brouwer: ‘De pullen zijn nestvlieders. Ze gaan meteen op zoek naar voedsel en leven van wat wij hier met een Amelands woord gnuud noemen: heel klei-ne insecten zoals mugjes en vlieg-jes van 1 tot 4 millimeter (zie het laatste Amelander woordenboek blz. 81). Het was een geluk dat de sloten droog stonden, daar von-den ze blijkbaar genoeg ‘gnuud’ om op te groeien.’

Menselijke trekjes

Leuke bijkomstigheid van de in-tensieve observatie en het vast-leggen van geboortegegevens: het ontdekken van vogelgedrag. Vogels vertonen haast menselijke trekjes. Anja: ‘Op een van onze middagen in het veld vertelde Tom mij dat scholeksters terug-komen naar hun geboortegrond en liefst daar ook weer een plek vinden om een nest te beginnen. Daar hebben ze soms veel voor over. Zo vertelde hij over een scholekster die vijf jaar op het pad had zitten wachten, tot ein-delijk een plekje bij z’n familie vrij kwam. Anderzijds merkt Tom dat familie voorgaat. Is een scholek-ster geslachtsrijp en zoekt hij een plek op zijn geboortegrond dan zijn de overige nestbewoners op hetzelfde veld eerder geneigd om een bekende jongere vogel het innemen van een plek toe te staan’.

Een meedogenloze vijand

Een ongeluk komt zelden alleen. Na het extreem droge voorjaar en daarna fikse regenbuien toen de pullen net geboren waren en het gras eindelijk mooi begon te groeien, meldde zich een nieuwe maar bekende vijand: ratten. Jan de Jong: ‘De moed zakt ons in de schoenen. Juist op het terrein van de Buurder Grie waar we in vorige jaren zulke goede resultaten za-gen, worden we geconfronteerd met een rattenplaag, ratten die de nesten plunderen. We begre-pen dat ik met bewijzen moet komen om aan te tonen hoe erg het rattenprobleem in onze Grie is. Ik vroeg en kreeg vogelcams bij meerdere organisaties. Een van de foto’s bij dit artikel toont een tureluur op het nest. In de nacht echter registreerde de camera bij duidelijk hetzelfde nest een rat. De volgende dag was het nest verlaten en de eieren verdwenen. Om radeloos van te worden. Ik zag een scholekster drie maal opnieuw een nest met vier eieren leggen, een formidabele prestatie voor de vogel. Maar wat een verspilde energie als de eieren worden weggeroofd. Overal zien we eieren met een gat erin, leeg. Zo blijft er van de prachtige vo-gelstand in dit gebied, dat we veertig jaar samen met de boeren zo goed mogelijk beheerden, niets over. Kijk, ratten zijn er altijd geweest. Ik wijt de enorme toename van het aantal ratten aan de vijftien kilometer stort-steen, die is gebruikt bij de nieu-we dijk. Het is het ideale leefge-bied voor ratten om jongen te krijgen en op te laten groeien. En er kan weinig tegen gedaan wor-den: vergif gebruiken mag niet en het met gas laten ploffen van de nesten mag ook niet gedurende de gehele broedperiode van de vogels’.

Ook kluten en bergeenden heb-ben problemen met de dikke rij stortstenen. Jan de Jong: ‘Bij het vernieuwen van de dijk is op de plekken waar de sloten vanuit de duinen richting het wad lopen en er sprake is van een noord-zuid waterverbinding basalt gestort om een vogelcorridor te maken. Ouderparen van kluut, bergeend en eidereend zouden daar op hun weg vanuit het broedgebied in de duinen richting het water van het wad, zonder gevaar dat de jongen in de stortsteen terechtkomen, kunnen oversteken. Eidereenden schijnen deze plekken goed te kunnen vinden, overal zie je klei-ne eiders zwemmen op het wad, beschermd door volwassen vo-gels. Dat geldt niet voor de kluten en bergeenden. We hebben meerdere jongen van de kluten geringd. Er waren zelfs vier paren met drie jongen. Ik zie ze echter niet terug op het wad. Blijkbaar zijn ze op hun weg verongelukt in de gaten tussen de stortstenen’.

En dan is er die rampzalige rat-tenplaag. Jan de Jong: ‘Dit kan zo niet langer: ik pleit ervoor dat L.T.O., natuurbeschermingsorga-nisaties, waterschap en gemeente gezamenlijk komen met een plan om dit rampzalige vernielen van de nesten van onze weidevogels te stoppen. We worden er dood-ziek van om de beelden van de wildcamera’s te zien waarop rat-ten met hun slimme oogjes loe-ren om de eieren te roven’.


© 2022 De Amelander. Alle Rechten Voorbehouden. Design by Webtool4all