• 0519-555100
  • 06-22485795
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Welkom op deamelander.nl

Foto’s van boswachter Trino van der Geest te zien in Natuurcentrum

De morgenstond heeft goud in de mond. Hoewel Trino van der Geest niet een uitgesproken ochtendmens was, had hij het er voor over als hij een vogeltje had gespot om voor het ochtendkrieken op te staan en te posten op de plek waar hij de vogel vermoedde. Tientallen jaren heeft hij er in gestopt om te komen tot de tentoonstelling van vogelopnames, zoals die nu te zien is in de expositieruimte meteen achter de balie in het Natuurcentrum. Waar hij ook heen ging, altijd ging zijn camera mee. Het bekijken van de loepscherpe foto’s is een aanrader. Alleen de kleurenpracht al! Met zijn vrouw Jeltje, zoon Rein en schoondochter Jettie keken we terug op hun jaren met man, vader en schoonvader en vooral natuurman Trino van der Geest.

Ik was verrast door de prachtige tentoonstelling! Wie kende Trino van der Geest niet als de gepassioneerde boswachter, die zorgde voor de beplanting van de Vleijen. Maar dat hij zoveel van vogels hield en dan ook werkelijk van álle vogels, heb ik nooit geweten.
Jeltje: ‘Zolang ik hem ken, gedurende zijn hele leven heeft hij vogels gefotografeerd!’ Rein: ‘En mijn ouders kenden elkaar lang, ze komen uit dezelfde buurt; mijn vader uit St. Jacobiparochie, mijn moeder uit Firdgum, daar vlakbij. Hij is bij Staatsbosbeheer begonnen als arbeider. Zagen en kappen van bomen was wat hij deed’. Jeltje: ‘Eerst maakte hij dia’s, duizenden en duizenden dia’s. Niet alleen van vogels, maar ook van de boswachterij, soms dingen die hij in een werkoverleg wilde toelichten en dat ging met een voorbeeld erbij gemakkelijker. Toen de digitale fototoestellen kwamen, maakte hij nog meer foto’s. Zijn camera reisde altijd mee’. Al vanaf mijn zevende ging ik wel met hem mee in de jeep. We hebben op veel plaatsen gewoond vanwege zijn werk, zijn zeker tien keer verhuisd’. 

Waar ging u wonen na uw huwelijk?
Jeltje: ‘We zijn begonnen op Vlieland! Daar zijn Daan en Rein ook geboren’.

Dus je bent ook een echte eilander?
Rein lachend: ‘Ja! Dat weten de meeste Amelanders niet van mij. Na Vlieland werkte mijn vader in Noordwijk, een hele grote boswachterij. Het besloeg een enorm gebied: Noordwijk, Den Haag, Zandvoort, Leiden. Hier heeft hij heel veel geleerd, theoretischer werk gedaan, beredeneerd welke beplanting het best op welke plaats kon. En het was ook aan zee en op zandgrond. Die theoretische kennis kwam hem later op Ameland goed van pas toen hij vele hectares nieuw bos moest aanplanten in de Vleijen’.

Jeltje: ‘Toen wij trouwden had hij nog geen rijbewijs. Dat heeft hij in de boswachterij van Noordwijk gehaald. In het bos reed hij wel in Staatbosvoertuigen. Moest hij dan op het kantoor zijn, dan ging hij daarheen via het bos om een bekeuring te ontlopen. Ik kan dat nu wel vertellen, hij kan toch geen bekeuring meer krijgen. Gelukkig slaagde hij snel. In die tijd had hij ook te maken met groepen motorrijders, Hells Angels bijvoorbeeld, die gebruik maakten van de paden in de boswachterij. Om die te bekeuren had hij onze hond mee; een bouvier. Dat ging er soms rauw aan toe’.

Rein: ‘Na zijn tijd in Noordwijk verhuisden we terug naar Friesland. Het was de tijd dat de iepziekte heftig toesloeg. Hij had rayon Noord-Friesland om op iepziekte te controleren en bij een zieke boom beleid te dicteren. Kon zo’n boom worden gered? Of moest hij worden omgezaagd? En als dat dan gebeurd was, hoe moest het zieke hout worden getransporteerd? Later deed hij nog nacontrole. Ik ging vaak met hem mee, ik kan nóg zien of een iep ziek is. We kwamen op de gekste plekken. In die tijd ontwikkelde hij een nieuwe interesse: hij fotografeerde de kerkjes en de klokkenstoelen erbij. Ik herinner me nog hoe weg hij was van het kerkje van Jannum en die heel speciale klokkenstoel. Later, toen we al op Ameland woonden, hielp ik hem bij de aanplant van het bos. Ik heb heel veel geplant. Ik ging na de Mavo en de landbouwschool naar de bosbouwschool en via het leerlingstelsel liep ik hier stage. We plantten heel veel den aan. In de sloot, die loopt om het Staatsboshuisje in het West-bos lagen turven te wateren, die tegelijk met een dennenboom in het plantgat gingen. Hij kende die techniek al in Noordwijk, maar las dit ook terug in de schriften van de eerste bosbouwers hier op Ameland in het begin van de twintigste eeuw’.

Hij besprak op vergaderingen van het bestuur van het Natuurcentrum waar hij mee bezig was. Het was een beetje zuur voor hem om alleen dennen aan te planten: waaibomenhout noemde hij het. Maar het kon niet anders, legde hij uit. Eerst moest je met snelgroeiende dennen zorgen voor luwte en daarna zou vanzelf loofbos ontstaan: eik, berk zou volgen. Die zouden licht nodig hebben, dat wel, dus er zouden weer dennen gekapt moeten worden. En kijk nu eens: rijdend door de Vleijen zie je: het loofhout lijkt in de meerderheid.
Rein: ‘Hij heeft het loofhout nog zien groeien. Hij kwam regelmatig terug op Ameland. Maar hij kon zich ook ergeren aan omgewaaide bomen, vond het bos rommelig. Het laten liggen van omgewaaide bomen als voedsel voor insecten, groei van paddenstoelen en mossen begreep hij wel, maar vond het moeilijk om aan te zien, zeker langs paden waar veel toeristen wandelen. Voor de toeristen moest het bos netjes zijn’.

Na zijn afscheid op Ameland zijn we hem een beetje uit het oog verloren. Daarom is het zo mooi om via de tentoonstelling zijn passie en liefde voor de natuur terug te zien.
Jeltje: ‘Hij heeft toen hij vertrok van Ameland een koninklijke onderscheiding gekregen. Toen hij in de VUT ging, is hij als zelfstandige nog doorgegaan met werkzaamheden voor Staatsbosbeheer, allereerst bij Staniastate. Zijn afscheidsfeestje was pas in januari 2019, slechts enige maanden voor zijn overlijden’.
Rein: ‘Tot aan dat afscheid stuurde hij projecten aan, landschapsbeheer had zijn grote interesse. Bij de aanstelling van nieuwe medewerkers schreef hij verslagen zodat ze wisten wat de historische achtergrond was van het gebied dat ze beheerden. Als er een aanplant of bebouwing was, die in zijn ogen niet kon, riep hij ze tot de orde: ‘Dat past niet in het oorspronkelijke landschap’. Hij dramde er dan niet over door, maar was er bij een volgend bezoek van hem niets aan gedaan, dan zei hij: ‘jullie hebben het nog niet veranderd’. Hij kon erg overtuigend zijn, maar zijn argumenten waren altijd onderbouwd. Hij wist hoe het hoorde’.

Rein: ‘Hij was een fervent Cambuurfan. Hij had een ‘vast plak’ op de tribune. Die plek hebben we nog en we, maar vooral Daan en Niels, proberen nog altijd aanwezig te zijn bij de wedstrijden van Cambuur.

We hadden hem erop voorbereid maar niet precies verteld wat er ging gebeuren. Hij was netjes in de kleren, nieuwsgierig wat de verrassing zou zijn. Henk de Jong gaf hem een shirt met handtekeningen van de spelers. Het deed hem zoveel plezier, we hebben nog een foto waarop hij staat met dat shirt, dat hij had gekregen’.

De fototentoonstelling is op Ameland nog te zien tot de Kunstmaand start op 1 november. Kijken door de ogen van natuurman Trino van der Geest, zien hoe hij zijn waarnemingen vastlegde gedurende de meer dan 50 jaar werken in de bossen van Staatsbosheer is een aanrader!

trino-van-der-Geest-aan-het-fotograferen-expo-in-NC-002
DSC0420
DSC0231


© 2021 De Amelander. Alle Rechten Voorbehouden. Design by Webtool4all