• 0519-555100
  • 06-22485795
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Welkom op deamelander.nl

De 20-jarige Alysha Bunicich uit Hollum is afgelopen maand gekroond tot Miss Beauty of Friesland 2020/2021. De grote finale van Miss Beauty of Friesland vond zondag 25 april jl. plaats in het Geert Teis Theater te Stadskanaal. Door Covid-19 werd de finale een jaar uitgesteld. Haar oma, vriend, zusje en ouders keken vanaf Ameland via de computer online mee naar dit memorabele moment voor Alysha. Helaas mochten ze er door de coronamaatregelen niet live bij zijn, waardoor in de zaal alleen een jury en een camera de aandacht trokken om naar te zwaaien. Spijtig genoeg dus geen publiek.

Van de honderden aanmeldingen stonden er nog twintig finalisten op het podium. De Friese missen werden onderverdeeld in drie categorieën. Miss Teen of Fries-land (15 t/m 18 jaar), Miss Inter-continental Friesland en Miss Beauty of Friesland (19 t/m 26 jaar).

Hoe kwam je op het idee hieraan mee te doen?
Alysha: ‘Ik dacht eigenlijk dat echte missverkiezingen in Neder-land niet meer bestonden. Via een vriendin kwam ik achter het bestaan van deze beautywedstrijd. Zij had zelf meegedaan aan een eerdere editie en heeft me door-gegeven aan de organisatie. Toen werd ik uitgenodigd voor de cas-ting van Miss Beauty of Friesland. In februari 2020 ben ik naar Van der Valk in Drachten gekomen voor de voorrondes, bestaande uit drie onderdelen: voorstel-, bikini- en de Engelse vragenronde’.

Wat doe je er voor om er mooi uit te (blijven) zien?
‘Ik ging vòòr corona naar de sportschool maar nu sport ik, net als zoveel mensen, veel minder. Ik loop met mijn honden of met mijn demente opa. Hij loopt nog heel hard en veel dus we lopen zo een ronde van vijf kilometer. Ik eet koolhydraatarm, dat is niet om slank te blijven maar voor mijn gezondheid. Ik probeer drie keer per dag te eten, maar ben gewoon nooit een goede eter geweest. Ik eindig bijna iedere dag met cho-colade, daar houden mijn moeder en ik erg van.’

Wil je verder met de competities?
‘De finale Miss Beauty of the Ne-therlands staat gepland in eind augustus. Hopelijk kan dat rond die tijd met publiek in Hilversum in Studio 100. Voorafgaand heb-ben we verschillende trainings-dagen over presentatietech-nieken, speeches houden, catwalk lopen, social mediagebruik en foto- en videoshoots. Missverkie-zingen bieden je echt de moge-lijkheid jezelf te ontwikkelen en bovendien krijg je de kans om nieuwe mensen te leren kennen, dat vind ik erg leuk. Via de trai-ningsdagen heb ik al veel vriendinnen gemaakt.’
Mocht Alysha de titel van Miss Beauty of the Netherlands win-nen, dan vertegenwoordigt ze Nederland in de Miss Earth ver-kiezing. Dit is het internationale traject.

Welke kenmerken moet een Miss hebben?
‘Eigenlijk zijn de enige eisen dat je een Nederlands paspoort moet hebben, ongehuwd bent (anders zou je immers Mrs. zijn) en geen kinderen hebt. Je wordt niet ge-wogen of gemeten. Veel mensen denken dat je alleen maar mooi moet zijn, maar daar gaat het niet om. Een goede uitstraling is net zo belangrijk.’ Om Miss te kunnen worden, moet je meer te bieden hebben dan goede looks. Het gaat ook om wat je kunt toevoegen aan de wereld en welke boodschap je hebt voor de samenleving. Alysha vertelt: ‘Ik heb zelf altijd een onbezorgde jeugd gehad. Omdat ik ieder ander ook een onbezorgde jeugd toewens, zonder armoede, zet ik mij als Miss Beauty of Fries-land 2020/2021 in voor de LIN-DA.foundation. Mijn motivatie is om hen een lach te kunnen be-zorgen en financieel te onder-steunen bij zaken die wij als van-zelfsprekend beschouwen (zoals een verjaardagstaart, zwemles of speelgoed). Armoede is niet eer-lijk. Het geld wat ik ophaal wordt besteed aan cadeaubonnen voor gezinnen in Friesland.’

Als Miss kun je aandacht vragen voor maatschappelijke thema’s. Wat zijn de jouwe?
‘Mijn persoonlijke doel is mij in te zetten voor de vermindering van milieuvervuiling. Hier op Ame-land loop ik nooit met lege han-den van het strand, ik ruim altijd plastic en ander materiaal op die er niet horen.’

De Missen krijgen elk jaar trai-ning hoe ze hun boodschap via diverse kanalen kunnen vertol-ken, zodat er meer draagvlak ontstaat om aan de onderwerpen te werken. Alysha’s opa kampt met dementie. ‘Dat is een ziekte waar je vaak (te) laat achter komt en dan kunnen er gevaarlijke situaties ontstaan. Toen mijn opa teveel achteruit ging, kon hij niet meer zelfstandig wonen aan de wal. Hij is naar Ameland verhuisd om in zorgcentrum De Stelp te gaan wonen. Via social media kan ik andere doelgroepen bereiken met mijn ervaringen over het ziekteverloop van Alzheimer.’ De onderwerpen milieuvervuiling en dementie staan trouwens niet los van elkaar, vertelt Alysha. ‘Ik heb gelezen dat de plastic soep via de voedselpiramide uiteindelijk ook in humane voeding komt, wat weer kan leiden tot hersenziektes zoals Alzheimer.’

Deze ambitieuze Amelandse com-bineert haar Missen-werk met de hbo thuisstudie Management, Economie en Recht. Ze werkt bij haar ouders op de robbenboot m.s. De Zeehond en daarnaast werkt ze ook nog drie dagen in de week bij Metz Verhuur en Beheer. We wensen deze mooie Amelandse met brains heel veel succes met haar voorbereidingen voor de nationale Miss Beauty verkiezing.

Meer weten over de doelen van Alysha en haar voorbereidingen op de komende competitie?
Volg haar dan op Instagram
@alyshabridget.
Wil jij haar een stapje dichter bij de kroon Miss Beauty of the Ne-therlands brengen?
Sms Poll Beauty Alysha naar 3010. Let op! 1 sms kost €1,10.

alysha-bunicich-2
alysha-bunicich-3


 

Lammetjes dartelen in de wei en het steeds aangenamere weer zorgt voor een echt lentegevoel. Een van de meest leven-dige gebieden op Ameland in deze periode is de Feugelpôlle. Of beter gezegd: was. Het gaat al jaren niet goed op de kwel-der, buitendijks ten zuidoosten van Hollum. De laatste seizoenen neemt het aantal broedparen in dit gebied zienderogen af en in 2021 was het helemaal bar en boos. Toeval, of is er sprake van een trend?

De Feugelpôlle is een kwelder die zeevogels gebruiken als hoogwa-tervluchtplaats en om er in deze periode van het jaar te broeden. Het is tevens beschermd natuur-gebied. ‘Vroeger bestond de Feu-gelpôlle uit zestig hectare en graasde er nog vee op. Het was toen ook nog vele malen groter; menig Amelander kan dat direct beamen’, vertelt Marjan Veenen-daal, teamleider van Staatsbosbe-heer Ameland. ‘In de loop der jaren is de vaargeul die onder de Waddenzeekust doorloopt, steeds dichter naar het eiland toe ge-schoven. Daardoor heeft erosie er toegeslagen. Ook de zeespiegel-stijging speelt een klein rolletje mee. De erosie zette zich daar-door maar door en door, waardoor die kwelder steeds kleiner en kleiner werd. Of we de Feu-gelpôlle ooit terugkrijgen zoals we hem kennen? Ik denk het niet. De erosie is niet van de laatste tien jaar, die is al veel eerder ingezet.’

Feugelpôlle brokkelt af
De kwelder valt onder de auspici-en van Staatsbosbeheer, maar eigenlijk ook weer niet. De grond is namelijk van het rijk. ‘We pro-beren het gebied te beschermen door de bebording te plaatsen, op het moment dat vogels er broed-pogingen doen. Omdat de grond van het rijk is, zijn we soms deels beperkt. We kunnen zeker wel wat doen, maar het kost ook alle-maal geld. Je moet je voorstellen dat Rijkswaterstaat jaarlijks zo’n acht- tot tienduizend euro kwijt is aan het beheren van een kwelder. Dat is best veel. We krijgen wel wat beheervergoeding bij acties die we moeten uitvoeren (zoals het bijhouden van de daar ge-plaatste rijshouten dammen, red.), maar niet zo veel dat ik daar van-uit Staatsbosbeheer continu mee bezig kan zijn.’

De Feugelpôlle slinkt dus al jaren qua oppervlakte. Nu doet zich dat de laatste paar seizoenen ook voor onder de broedparen. Het aantal broedende Kokmeeuw-paren daalde van ruim 3.300 in 2015 naar geen enkel broedpaar in 2019 en 2020. Ook dit jaar is er geen bedrijvigheid. Grote Stern-paren kwamen hier in 2016 nog met bijna 4.100 paren bijeen om hun eieren ui te broeden. Sinds 2018 waren er ieder jaar helaas welgeteld 0 broedparen. Ook andere soorten liepen in deze tijdspanne terug wat betreft het aantal broedparen. ‘In 2017 be-loofde het een heel goed broed-seizoen te zijn. Toen kwamen de Grote en Kleine Mantelmeeuw op bezoek. Die hebben letterlijk de hele kolonie op de Feugelpôlle opgerold.’

‘Daar kun je als natuurbeheerder niets aan doen, enkel lijdzaam toekijken’, erkent Marjan. ‘Maar zo is het wel gebeurd. Eigenlijk is vanaf dat moment de klad erin gekomen. Of het eraan ligt, weet ik niet. Het kan met van alles te maken hebben. Denk maar eens aan het voedselaanbod voor de vogels of de ervaring die ze van een jaar eerder hadden; ook de kokmeeuwen kwamen na dat jaar maar mondjesmaat terug. Er werd gewezen naar de dijk die in die periode verzwaard is, dat er toen meer sprake was van ratten. Die hebben we bestreden, maar niets helpt. Op dit moment laten de Grote Sterns ons eiland links liggen.’

Vogels als ratten in de val
Harmen Wijnberg – die al sinds zijn jeugd kind aan huis is op dit specifieke deel van het wad – heeft echter geen enkele activi-teit waargenomen die duidt op de bestrijding van de ratten. ‘En net daar zit het grootste probleem’, legt hij uit. ‘De Gemeente Ame-land kan de ratten bestrijden met een soort plofapparaat. Met die techniek pompen ze een ratten-hol vol met gas en dat laten ze dan ontploffen. Het probleem is ech-ter dat de ratten bij de dijk tussen de stenen in zitten. Deze techniek werkt daar dus niet, want het gas komt er dan aan alle kanten uit. Ga er maar eens kijken: aan de kant van de weg zie je de ratten-gaten daar letterlijk in veelvoud zitten. Die openingen zijn ge-maakt. Er zitten er echt honder-den.’

‘Ik heb ook wel foto’s van de sluf-ter aldaar’, gaat Harmen verder. ‘Daar staan pootjes van ratten in. Het kookt ervan. De uitleg dat de oorzaak van het leeglopen van de Feugelpôlle mogelijk door ratten komt, heb ik vaker gehoord. ‘Mo-gelijk’ kan daar wel weg: het komt puur door de ratten. Die zouden bestreden zijn, maar dat is abso-luut niet gebeurd. De cijfers met broedparen vanuit de Vogel-wachtverslagen laten een kente-ring zien vanaf 2017. In dat jaar is er begonnen met de dijkverzwa-ring. Voor die tijd lagen de stenen er nog niet. En sinds die er zijn, is er niets meer te doen aan de rat-ten die er leven.’

Volgens Wijnberg ligt het pro-bleem dus puur en alleen bij de ratten. ‘De hoeveelheid ratten is een belangrijke oorzaak van de verminderde hoeveelheden broedvogels. Die kun je niet meer bestrijden sinds de zogenoemde gladde glooiing door rotsblokken is vervangen en daardoor het plofapparaat om de ratten mee te bestrijden niet meer werkt. Wan-neer je het moment van plaatsen van de nieuwe glooiing afzet – in tijd – tegen het sterk verminder-de aantal broedvogels, dan kun je door onder andere de tabellen uit de verslagen van de Vogelwacht stellen dat vanaf het moment dat de rotsblokken daar gekomen zijn in 2017, dat dit recht evenredig loopt met de vermindering van de aantallen broedvogels. Ik vrees dat men een ontheffing moet aanvragen om gif te gebruiken in de strijd tegen de ratten, al weet ik niet of dat überhaupt kan. Maar als je de ratten er kunt weghou-den, ben ik ervan overtuigd dat de vogels terugkeren.’

Hoe nu verder?
Er zijn vele factoren aan te wijzen waardoor de broedaantallen te-genvallen, zegt Marjan. ‘Dat kan het voedingsaanbod zijn, het kan verstoring zijn door mensen of ratten, het kan zijn een negatieve ervaring van een jaar daarvoor en het kan ook zijn dat de kwelder na al die jaren minder geschikt is. Vroeger zat er altijd een sloot tussen de asfaltweg en de kwel-der, maar die is zo langzamerhand ook dichtgeslibd – al kan een mens er nog altijd niet doorheen. Maar daardoor is het wel steeds ingewikkelder. Je zou met het aanbrengen van bijvoorbeeld nieuwe kleischelpen kunnen helpen. Maar dan ben je wel heel erg aan het knutselen. Zeker als je kijkt naar waar de strekdam zit. Als de vloed daar opkomt, moet je eens kijken hoe het daar stroomt. Daar zit een enorme erosie.’

Door die erosie werd rond het jaar 2011 al de Klimaatbuffer Zuid-West Ameland opgezet. Deze moest ervoor zorgen dat de broedlocaties van de Grote Sterns, Kokmeeuwen, maar ook Noordse Sterns en Visdieven gewaarborgd bleven. Dat is dus tot op heden niet gelukt. ‘Ook in de rest van de Waddenzee waren de broedge-bieden voor de Grote Sterns be-perkt, waardoor er een toename was op Ameland. In de tussentijd is er op Texel gebouwd aan een binnendijkse broedgelegenheid voor vogels. Ook op Vlieland is er een nieuwe plek ontstaan om te gaan zitten. Sterns zijn ook niet honkvast, dus soms gaan ze dan ook zoeken naar een betere plek.’ De laatste jaren vonden ze die plaats dus helaas niet meer op de Feugelpôlle.

Wat ook opvalt uit de Vogel-wachtverslagen, is dat er mogelijk vogels gebroed hebben buiten het broedseizoen. Dit gesloten gebied loopt van 15 maart tot en met 15 juli. Tussen die twee data mag je jezelf niet in de directe nabijheid van de Feugelpôlle bevinden. ‘De ervaring heeft ons geleerd dat de eerste vogels zich begin april meldden op de Feugelpôlle. Medio april deden ze dan hun eerste nestpogingen. In die periode of soms nog wel later, werd dan ook vaak de bebording neergezet (waarbij het voorgekomen is dat de verbodsborden weleens tot 15 augustus in het gebied hebben gestaan, red.). Op de andere eilan-den is het precies hetzelfde gere-geld als bij ons, met hetzelfde broedseizoen. Daar lopen ze ove-rigens ook tegen dezelfde pro-blemen aan. Op Terschelling zijn ze ook zoekende naar hoe ze überhaupt nog ergens een kwel-der kunnen creëren.’

Hoogwatervluchtplaats
Richard Kiewiet was jarenlang natuurbeheerder namens It Frys-ke Gea op Oost-Ameland. Hij is bekend met de situatie van de Feugelpôlle. ‘Dat de broedvogel-stand zo fluctueert heeft niet alleen met de achteruitgang van het gebied te maken’, denkt hij. ‘De Grote Sterns zijn er wel in Nederland, maar ze kiezen dan gewoon voor een andere broed-plaats dat jaar. We zien dat vaker. Ook zien we soms dat door extra hoogwater in het broedseizoen, de vogels elders gaan broeden als vervolglegsel. Op Oost-Ameland, bijvoorbeeld. Je moet de stand van de Kokmeeuw en Grote Stern – en ook andere soorten – in het grote geheel zien. Ameland is maar een klein radertje in het geheel. Vo-gelstanden kunnen sterk fluctue-ren tot wel 60% minder. De Grote Sterns zijn vorig jaar naar de Marker Wadden vertrokken om te broeden.’

‘De rattenpopulatie op de dijk is en blijft zorgelijk’, vindt hij. ‘Rat-ten krijgen tweehonderd jongen per jaar en we gaan ervan uit dat er vijftig in leven blijven. Er wordt niet intensief bestreden. Dat verdient beter aandacht. Het bestrijden met rattengif Warferi-ne – wat we hier vijftig jaar heb-ben gedaan op Ameland – is voor de milieuregels verboden.’

Kiewiet ziet de leegloop van de kwelder ook niet meteen als een groot gevaar. ‘De Feugelpôlle is veel belangrijker als hoogwater-vluchtplaats’, vindt hij. ‘Alle Wad-vogels aan de westkant van de pier in Nes kunnen alleen daar rusten en slapen. Of op de Boschplaat. De afname van zo’n twintig hectare naar vijf hectare is een slechte zaak. Er is vijftien jaar lang over aan de bel getrok-ken. Er is echter geen duidelijke natuurbeheerder op dit gebied. Staatsbosbeheer doet zijn best, maar de eigendom ligt bij het rijk – op dit moment bij Rijkswater-staat – die bijna niets doet. De baggerspecie uit de vaargeul tus-sen Nes en Holwerd kan je goed gebruiken om dit gebied op te hogen. De palenrij staat er deels.’

Het lijkt ook nodig. In mei van dit jaar had Ameland tot twee keer toe te maken met stormachtige weersomstandigheden. Ondanks doodtij, stond bijna de gehele Feugelpôlle onder water. Ook in 2020 was dat aan het begin van juni het geval. Als dat middenin het broedseizoen gebeurt, spoe-len alle eieren weg of verdrinken de jonge vogels die nog niet kun-nen vliegen. Maar ook de hoogwa-tervluchtplaats verdwijnt daar-mee. In mei was dat twee keer toe beperkt tot de hoogstgelegen strook zand van de Feugelpôlle. In beide gevallen staat de kwelder dus gigantisch onder druk.

Dat beaamt ook Wijnberg. ‘Dat de Feugelpôlle – veel vaker dan voorheen – al dan niet gedeelte-lijk onder water staat, is ook een belangrijke oorzaak voor de ster-ke vermindering van het aantal broedende vogels. Dit jaar stond de kwelder op 5 mei bijna volledig onder water en op 21 mei weder-om. Juist net als vogels zich even-tueel willen vestigen staat het gebied twee keer onder water. Beide keren stond de Waddenzee weliswaar hoog door de harde wind, maar het was wel met dood-tij. Dan is er veel minder water dan met springtij.’

Dat het gebied steeds vaker onder water staat, komt ook omdat het in de loop der tijd opgeschoven is in de natuur. ‘De Feugelpôlle lag voor de ruilverkaveling van 1957 aan het einde van de doodlopende witte weg (Feugelweg), binnen-dijks dus. En dan aan de zuidkant van deze weg. Toen ik zo’n tien-vijftien jaar oud was, lag de Feu-gelpôlle recht voor de Reeweg en ook de schelpenbank lag daar. Inmiddels ligt de kwelder bijna drie kilometer verderop en loopt de schelpenbank nog steeds ver-der oost aan, terwijl het grasge-deelte aan de westkant steeds verder afneemt en wegspoelt. Laatst met hoog water was de westelijke punt nog maar vijf meter breed. Het is dan ook een illusie om te denken dat je dit nog tegenhoudt.’

Toeval of zorgelijk?
Net als Kiewiet, kan het volgens Veenendaal ook louter toeval zijn dat de broedparen de laatste jaren wat minder zijn geweest. ‘Op Texel zitten nu bijvoorbeeld heel veel sterns. Dat zijn grote aantal-len, over de duizenden. De vogels zoeken elkaar op, vooral de Grote Stern en de Kokmeeuw. Die laat-ste verdedigt uiteindelijk de ko-lonie van de Grote Stern, want die vogel is helemaal niet zo territo-riaal. Grote Sterns troepen vaak samen.’

Het grootste probleem in het onderhoud van de kwelder zit hem dus in het geld. ‘Als we dat helemaal niet hadden gehad, dan waren die vogels al veel eerder vertrokken’, windt Veenendaal er geen doekjes omheen. ‘Met de middelen die we hebben, doen we ons uiterste best om de Feu-gelpôlle te beschermen en even-tueel te verbeteren. Als natuur-beheerder wil je natuurlijk ieder beestje en ieder plantje zo veel mogelijk beschermen. Maar je moet soms ook reëel zijn. Dat vind ik weleens lastig om te beoorde-len. De broedvogels in de Wad-denzee hebben het nu eenmaal lastig. Zo veel plekken zijn er niet om te rusten en te broeden.’

‘Hopelijk kunnen we snel weer concluderen dat dit bij de Feu-gelpôlle ook kan’, sluit Marjan af. ‘Als je er langsfietst met zo veel broedvogels… Als we zoiets kun-nen terugkrijgen, dan ben ik wel heel erg blij. Het is een prachtig gezicht dat je eigenlijk van zo dichtbij zo’n broedkolonie kan aanschouwen. Het geluid, de geur… Het is altijd een heel bij-zonder fenomeen geweest. Ik hoop op betere tijden!’

DSCN0479---kopie
f7b6fad1-aed9-4886-857b-a191aaa638d1
e1a8eb15-4a7f-4f08-bd50-f8ed48fba8da
DSCN0104
DSC0286
DSC0016-panorama
dbdeb81f-e26f-4276-bb68-0477ed4009e3
bbc46e34-c565-462d-a83b-1b091267f321
Amelandfoto-feugelpolle-1-10
Amelandfoto-feugelpolle-1-9


Met de bevestiging en intrede van ds. Anne-Meta Kobes-Gerritsen bij de Federatie Doopsgezind-Gereformeerd heeft Protestants Ameland er weer een jonge, enthousiaste predikant bij. Op 9 mei vond de bevestigings- en intrededienst plaats in de Herenwegkerk in Hollum. De Federatie is na het vertrek van ds. Afke Boezewinkel naar Brummen slechts korte tijd vacant geweest, en is er opnieuw in geslaagd een aansprekende voorganger naar Ameland te halen. Een nadere kennismaking met Anne-Meta.

‘Spontaan, enthousiast, betrokken, gedreven, creatief en oog voor detail’. Zo omschrijft voorzitter Gerrit de Boer van Federatie Doopsgezind-Gereformeerd de nieuwe predikant voor zijn gemeente. De sollicitatiebrief van Anne-Meta Kobes (33) sprong er uit bij de beroepingscommissie. De Boer had er meteen al een goed gevoel bij, en - naar later bleek - de commissie en uiteindelijk de kerkenraad ook. Ook de gemeenteleden zelf gingen na de proefpreek van ds. Kobes akkoord met haar benoeming. ‘Hoewel kerkenraad en gemeente natuurlijk verantwoordelijk zijn voor haar benoeming, is Anne-Meta misschien wel op onze weg gezet,’ aldus De Boer.

‘Ik ben in Burgum geboren, niet ver bij de ‘stjonkfabryk’ vandaan. Mijn vader zat op de grote vaart bij Nedlloyd en mijn moeder was kleuterjuf,’ aldus Anne-Meta Kobes, maar ik heb maar kort in Burgum gewoond. Doordat mijn vader van baan veranderde, verhuisden we naar Zwolle en hier ben ik opgegroeid. Toch waren we niet helemaal uit Friesland weg, want mijn ouders hadden een zeilboot in Heerenveen liggen.’

Van theologie naar predikantschap

‘In Zwolle doorliep ik de basisschool en het gymnasium,’ vervolgt zij. ‘In die tijd wist ik nog niet wat ik wilde worden. Wel merkte ik aan mijzelf dat ik vrij avontuurlijk ingesteld was en graag naar Amsterdam zou willen om te gaan studeren. De keuze viel op de Vrije Universiteit. Mijn belangstelling ging uit naar Nederlands of Geschiedenis. Ik bezocht samen met mijn moeder de voorlichtingsdagen van de universiteit. Ik ging naar de voorlichting van Geschiedenis. Mijn moeder bezocht op hetzelfde moment de voorlichting Theologie. Toen we elkaar daarna weer zagen, vroeg ze mij of theologie misschien niet iets voor mij was. En ja, theologie had direct mijn interesse. Theologie gaat over geschiedenis en ook over taal en sociologie. Dus ging ik theologie studeren. Niet met de bedoeling om dominee te worden. Eerst heb ik algemene theologie gestudeerd. Pas later heb ik de kerkelijke richting gedaan. Langzamerhand groeide ik richting het predikantschap. Uiteindelijk heb ik een algemene bachelor met kerkelijke vakken gedaan, gevolgd door een verdiepingsjaar kerkgeschiedenis.’

Om dominee te worden, moest Anne-Meta voor de vervolgstudie naar Kampen. ‘Ik ben toen wel in Amsterdam blijven wonen. In een oecumenische gemeente in de stad Utrecht volgde ik mijn stage. Daar leerde ik veel over hoe je kerk in de stad kunt zijn.’ Anne-Meta vervolgt: ‘Eén van mijn stagebegeleiders was dominee op Vlieland geweest. ‘Als je ooit de kans krijgt op een eiland te werken, moet je die kans grijpen,’ zei hij.’

Na haar studie vond Anne-Meta in Heerenveen in 2014 in de kerk met de naam Trinitas haar eerste gemeente, daarmee in de voetsporen tredend van haar opa, die ook dominee was. ‘Aan Trinitas ben ik zeven jaar verbonden geweest. Deze kerkelijke gemeente kende 3.500 leden, net zoveel als het inwoneraantal van de burgerlijke gemeente Ameland. Ik werkte samen met drie predikanten die allen 50+ waren. Daar kwam ik dan als jong en nog tamelijk onervaren predikante, maar ze hebben mij alle vrijheid en ruimte gegeven. Zowel de gemeente als mijn collega’s stonden open voor nieuwe dingen,’ vertelt Anne-Meta.

Op de vraag wat haar deed besluiten om op de vacature van predikante op Ameland te solliciteren, antwoordt Anne-Meta: ‘De vacature viel op tussen de andere advertenties: een plaats waar mensen samen bezig zijn met geloofs- en levensvragen, niet op een dogmatische manier, maar open en ongedwongen. Dit klonk heel erg warm en uitnodigend. Daarnaast herinnerde ik mij de uitspraak van mijn voormalige stagebegeleider over de kans grijpen om als predikant op een eiland te werken, en is de Federatie Doopsgezind-Gereformeerd kerkelijk gezien natuurlijk ook een bijzondere gemeente.’

Anne-Meta kon de beslissing natuurlijk niet in haar eentje nemen. Haar echtgenoot Bastiaan heeft een baan in Groningen. Hij werkt, door de coronacrisis, al ruim een jaar vanuit huis. Dat maakte de beslissing om naar Ameland te gaan makkelijker. Daarnaast zijn de eilanden niet onbekend voor Anne-Meta en Bastiaan. Sterker nog, hun huwelijksreis ging naar Schiermonnikoog. En de kinderen – zoon Otto (6) en dochter Juus (3) zijn nog heel jong en kunnen prima opgroeien op het eiland. ‘De kinderen zijn qua leeftijd nog heel flexibel’, aldus Anne-Meta.

‘Er staan geen muren om de kerk heen.’

De kerkelijke gemeente op Ameland is onder meer enthousiast over de nieuwe predikante omdat ds. Kobes een speciale interesse heeft in de relatie tussen kind en geloof: ‘Hoe kan een kind met God communiceren? Dit is heel interessant. Een kind is gewoon zoals je bent, een kind kent geen hoogdravendheid. Kinderen zijn vaak heel eerlijk’. De kerkenraad hoopt dat de predikant vooral de kinderen, jongeren en jongvolwassenen weet te bereiken.

Protestants Ameland heeft met de komst van Anne-Meta nu twee jonge predikanten. ‘Sijbrand Alblas en ik hebben niet samen gestudeerd, maar we kennen elkaar van de nascholing. Nadat ik mijn eerste sollicitatiegesprek had gehad, heb ik hem natuurlijk even gebeld om van hem te horen hoe hij het predikantschap op dit mooie eiland ervaart. Het bevestigde mij dat ik er goed aan gedaan heb om te solliciteren,’ vertelt Anne-Meta enthousiast.

Gekke dingen verzinnen

Anne-Meta is in alle opzichten een moderne predikant. Ze heeft een eigen website waarop ze van alles ‘post’. In 2020 kwam zij in het nieuws als initiatiefnemer van de actie ‘Houd moed, heb lief’. Ze begon met collega's met online diensten, maar liet ook posters en vlaggen ontwerpen met de tekst ‘Houd moed, heb lief’. Het werd een groot succes, veel kerken en instellingen in binnen- en buitenland hingen de posters en vlaggen op. De actie bedacht ze omdat ze merkte dat veel gemeenteleden bedrukt waren over de corona en de gevolgen ervan. ‘Het zijn vier woorden die iedereen kan gebruiken, ook buiten de kerk. Dat moed houden was vrij pittig voor de mensen. Wat daarbij helpt is lief hebben. Ik denk dat die liefde ontstaan is bij God.’ De dominee houdt ervan gekke dingen te verzinnen. En dat houdt niet op binnen haar eigen gemeente. ‘Als kerken ben je er ook voor de wereld. Er staan geen muren om de kerk heen. Dorp en kerk is één. Elkaar ontmoeten en inspireren.’

Website ds. Anne-Meta Kobes-Gerritsen: www.domineekobes.nl

Amelandfoto-annemeta-5
Amelandfoto-annemeta-4


Een gevaarlijk mooi (én succesvol) boek van Jantina Scheltema

Samen met haar man Marco Mosterman bouwde ze een bestelbus om tot camper. Over hun ervaringen, de praktische zaken, en handigheidjes die ze opstaken, schreef Jantina Scheltema het boek ‘Bouw je eigen camper’. Dat deed ze deels vanachter haar bureau in het centrum van Nes, deels vanuit diezelfde camper tijdens een soloreis door IJsland. ‘Ik wilde ontdekken hoe je een boek schrijft en of ik dat ook kon. Ik dacht: als ik er tien verkoop dan is dat mooi voor de moeite.’ Maar de teller stopte niet bij tien. Ook niet bij honderd trouwens. En de grens van duizend? Allang gepasseerd. Hoe kom je tot een succesvol boek (en hoe verbouw je in vredesnaam een camper)?

De recensies over ‘Bouw je eigen camper’ op verkoopsite bol.com liegen er niet om. Zo wordt het boek als ‘gevaarlijk mooi’ om-schreven, met ‘tips en tricks om-lijst door jaloersmakende beel-den’ en lezers hebben ‘heel wat uurtjes met Jantina haar boek in de hand doorgebracht, want zon-der een goed voorbeeld waren wij er zeker nooit aan begonnen’.

‘Het is een uit de hand gelopen hobby’, constateert fotograaf (én schrijver) Jantina Scheltema, ‘Wat in mijn geval bij bijna alles eigen-lijk zo is.’ Een hobby die ontstaat uit een enorme reislust en de wens om met een eigen camper op pad te gaan. Maar de zoektocht naar een geschikte camper loopt elke keer op niets uit, zo is ook in het boek te lezen.

Jantina: ‘We zochten een camper die in Duitsland zonder proble-men met 130 km per uur over de snelweg gaat en we wilden er in kunnen staan zodat je niet lig-gend op het bed je spijkerbroek aan hoeft te trekken. Een andere vereiste was comfort. Dus goed geïsoleerd en een lekker bed waar je ’s ochtends in wakker wordt en denkt: ik blijf nog even liggen’. De laatste camper die ze tijdens het zoeken aantreffen, is een zelfgebouwd exemplaar. Hij lijkt perfect, maar dat vinden meer geïnteresseerden. De bus wordt vlak voor de neus van Jan-tina en Marco weggekaapt. Toch brengt het een volgend balletje aan het rollen. Jantina: ‘Dat zelf inbouwen kunnen wij ook wel’, zei Marco. ‘Ik was gelijk enthou-siast, al wist ik dat we het vooral van hem moesten hebben, want Marco is echt heel handig.’

Kilometervreter

Het stel koopt een bestelbus en begint aan het eerste camper-avontuur: de grote verbouwing. Jantina: ‘We zijn in juni begonnen en in september gingen we voor het eerst op pad. Hij was toen nog niet helemaal af, maar we konden er al wel in slapen’. Die eerste reis gaat naar Appelscha, daarna klimt de kilometerstand rap omhoog. Binnen Nederland wordt elk hoekje afgestruind en ook buiten de landsgrenzen heeft de camper inmiddels de nodige wegen afge-reden. ‘In landen als Noorwegen en Schotland mag je wild kampe-ren. Je wordt dan ergens bovenop een berg wakker, moederziel alleen. Ik vind dat heerlijk! En Duitsland is gemakkelijk, want mooi dichtbij. Handig voor als je wat minder tijd hebt.’

Het reizen met de camper om-schrijft Jantina als tweeledig: ‘Je hebt je eigen hotelkamer op wie-len, met het mooiste uitzicht van het duurste hotel dat je kunt vin-den, maar dan voor bijna niets. Tegelijkertijd is het echt je eigen huis met je eigen spulletjes waar je je prettig bij voelt. En je hoeft niet eerst door je hele koffer of backpack te struinen om iets te vinden. Het geeft je een enorm gevoel van vrijheid. Je kunt alle kanten op en je hebt altijd je bed bij je. Als Amelander zit je daar-door ook niet meer aan de laatste boot vast’.

Overal waar ze staan komen men-sen nieuwsgierig naar de camper kijken. ‘We kregen heel veel vragen over de verbouwing. Men-sen wilden mijn e-mailadres zodat ze ons tijdens hun eigen bouw-project ook nog vragen konden stellen.’ Langzaamaan begint de mailbox vol te lopen en besluit Jantina antwoorden op de meest gestelde vragen op haar website te publiceren. ‘Dat werd groter en groter en dan loopt het uit de hand.’

Waar begin je?

Zo ontstaat stilletjesaan het idee voor een boek. Niet dat ze gelijk aan een bestseller zit te denken, maar gewoon, omdat ze het leuk vindt om er een te maken. Het wordt dan ook geen technisch boutje, moertje, snoertje verhaal, maar prettig leesbare teksten met mooie foto’s en handige tips. Waar begin je? Waarom wil je een bus en wat wil je er precies mee? ‘Zo kom je van het een in het ander en daar heb ik een logisch verhaal van geprobeerd te maken. Dat heeft, van idee tot boek, zeker een jaar geduurd.’

Als de camper helemaal af is en het boek voor een groot deel nog in de pen zit, volgt een reis van zeven weken door IJsland. Het grootste deel van die reis legt Jantina alleen af; vijf van de zeven weken struint ze zelf met de cam-per door het ruige landschap. ‘Dat was wel echt het grootste avon-tuur. Alleen in dat busje Duitsland en Denemarken door. Daar in je eentje de boot oprijden. Die moest vervolgens door metersho-ge golven, dus rolde ik heen en weer in mijn bed. Ik vond het prachtig.’ Op IJsland aangekomen gaat het avontuur weer verder: ‘Bij het eerste dorpje reed ik een helling op en zat ik gelijk vast in de sneeuw. Dan sta je daar met allemaal dorpsbewoners om je heen. Je voelt je allemachtig on-handig, maar er is altijd wel ie-mand die je helpt.’

Schietgebedjes

En soms is het simpelweg een kwestie van met samengeknepen billen hopen op het beste. ‘Ik ben één keer echt bang geweest. Toen stond ik bovenaan een duin en het pad naar beneden ging recht op de haven af. Het had vreselijk gesneeuwd, maar het liep tegen het einde van de reis dus ik moest echt door. De bus gleed aan alle kanten naar beneden en ik zag de haven steeds dichterbij komen. Ik dacht dat ik het niet ging redden en zo de plomp in zou gaan. Ik zat af en toe echt even met dichtge-knepen ogen schietgebedjes te doen. Ik weet niet hoe, maar ik heb de bus naar de zijkant van de straat laten glibberen en daar ben ik de rest van de dag blijven staan. Ik durfde pas verder toen de weg weer begaanbaar was geworden.’

In andere gevallen komt social media zeer goed van pas. Bijvoor-beeld als je even niet meer weet hoe de sneeuwkettingen aange-bracht moeten worden of wan-neer je wilt uitvogelen hoe je sokken breit. YouTube erbij en aan de slag. ‘Het klinkt heel suf, maar sokken breien heb ik op IJsland geleerd. Het is het meest knullige ooit, maar ik leer mezelf graag dingen aan. Ik doe heel bewust nieuwe dingen. Thuis heb ik heel snel het gevoel dat ik ergens aan móét werken en me-zelf verder móét ontwikkelen. Niks doen mag eigenlijk niet. Op reis is je mindset anders, dus dan ga je gewoon zitten. Het geeft je ruimte om je te bezinnen. Te bedenken waar je eigenlijk mee bezig bent en of dat wat je doet je nog gelukkig maakt. Of je gaat sokken breien. Nu ik weet hoe dat moet, is het trouwens ook weer klaar.’

Je bent nooit alleen

Vind je het niet harstikke eng, alleen op pad? Wat als er iets ge-beurt onderweg? Het zijn vragen die regelmatig voorbijkomen. Jantina: ‘Ik denk dat veel mensen zich laten belemmeren door de vraag of ze het wel kunnen of durven, maar dat weet je pas als je het probeert. Lukt het niet, dan ga je gewoon weer naar huis. Trouwens, je bent nooit helemaal alleen. Je komt altijd wel mensen tegen die enthousiast zijn en een praatje willen maken of die din-gen samen willen doen. Soms heb je er geen zin in en hou je het kort en een andere keer klikt het en heb je een langer gesprek. Zo kwam ik op IJsland in een heel klein buurtsupertje terecht. Ik deed mijn boodschappen en vroeg aan de vrouw daar of ik nog even naar het toilet mocht. Dat was prima. Toen ik afrekende vroeg ze of ik een kopje koffie wilde drin-ken. Het was echt heel leuk.’

Terwijl Jantina het land door-kruist langs gletsjers en geisers, gaat het werk voor een deel ook gewoon door. Fotograferen, het beantwoorden van e-mails en natuurlijk het schrijven van ‘Bouw je eigen Camper’. ‘Het is niet zo dat ik in IJsland zeven weken vakantie heb gehad. Ik moest soms ook echt ergens zoe-ken naar internet zodat ik kon werken. Zo kan ik mijn geld ver-dienen terwijl ik niet thuis ben.’

Met het verrijden van de kilome-ters krijgt het boek steeds meer vorm. Jantina besluit het als E-book op haar website aan te bie-den: ‘Ik had het dan wel geschre-ven, maar ik wist natuurlijk niet of iemand het zou willen hebben. Wie koopt nu mijn boek? Dus beloofde ik Marco een etentje als ik tien boeken verkocht had. Ik dacht dat dat het wel zou zijn. En Marco had natuurlijk ook zijn deel bijgedragen. Ik wilde het maken, maar hij moest er wel in mee om de technische werkzaamheden goed te kunnen beschrijven’.

Doodeng

De mijlpaal van tien verkochte boeken wordt ergens als een stip aan de horizon gezet. Mocht het etentje er ooit van komen dan is dat leuk voor de moeite. Maar ‘Bouw je eigen camper’ staat nau-welijks online of de bestellingen stromen binnen. Jantina: ‘Het begon te verkopen en te verko-pen en te verkopen. We dachten echt: wat is hier loos?’ Geïnteres-seerden beginnen om een fysiek boek te vragen zodat ze het ge-makkelijker bij de hand kunnen houden. Jantina laat er vijftig drukken: ‘Meer durfde ik niet, ik vond het doodeng’. En ineens ligt daar dan een echt boek. Vijftig exemplaren worden vijfhonderd tot er geen dag meer voorbijgaat zonder een of meerdere bestel-lingen: ‘Er is net weer een pallet bezorgd met vijftien dozen. Ab-surd is het. En meer dan welkom in een jaar waarin de dertig brui-loften die ik zou fotograferen, gereduceerd werden tot drie. Aan de andere kant: zo kwam er ook ruimte om nieuwe projecten te verzinnen en te ontdekken dat je andere dingen misschien niet eens nodig hebt. Dat maakt je ook veerkrachtiger’.

Hetzelfde geldt voor het reizen: ‘Je leert heel veel over jezelf. Bijvoorbeeld dat je dingen ge-woon moet doen. Pak het maar aan, want je kunt meer dan je denkt. Lukt het niet, dan stop je. Dat is voor mijzelf een hele grote les geweest. Als ik nu ergens te-genaan hang, stap ik daar gemak-kelijker overheen. Ik wil het wel tegen iedereen roepen: je kunt het echt zelf! Jíj kunt ook op avon-tuur. Natuurlijk heb je in het geval van reizen vrije tijd nodig en wat geld, maar als je iets wilt kun je het echt regelen voor jezelf. Als je er blij van wordt, probeer het dan maar gewoon. Wat kan je gebeuren? Zet die eerste stap en kijk waar hij be-landt. En koop een camper, want dat is echt ultieme vrijheid!’

Jantinascheltema-camper-1-21
Jantinascheltema-camper-1-15
Jantinascheltema-camper-1-17
Jantinascheltema-camper-1-7
Jantinascheltema-camper-1-10


In het meest oostelijke dorpje Buren, aan de Hoofdweg die het dorp vanuit Nes naar de Kooiplaats doorsnijdt, staat een groot pand. Ben je wel eens door Buren gefietst of gereden? Dan kwam je er hoe dan ook langs. Een mooie witte vierkante gevel met grote ramen aan de straat, twee ramen bovenin en aan de rechterkant daaraan vast een gevel met een puntdak, echt niet te missen als je door Buren rijdt. In dat grote pand zat voorheen de Troefmarkt die werd gerund door Maya en Dennis Ytsma. Heel veel jaren het vaste adres in het kleine rustige dorpje voor de dagelijkse boodschappen, de beste vleesproducten uit eigen slagerij en natuurlijk de bekroonde droge worst van Dennis.

Het pand is groter dan je van de voorkant doet vermoeden en loopt helemaal door naar de par-keerplaats erachter zoals de vaste klanten van de Troefmarkt weten. Er liep voorheen een passage van de voorkant naar de parkeerplaats achter het pand. Het pand van 600 vierkante meter was toentertijd verdeeld in verschillende gedeel-tes, een worstmakerij, een su-permarktmagazijn, koffiekamer, vleeskoelingen en natuurlijk de doorloop van de voorkant naar de parkeerplaats. De supermarkt werd voorheen jarenlang met veel plezier gedreven door de ouders van Maya, Ben en Lyda de Kruijff en daarna overgenomen door Dennis en Maya.

De wordtmakerij, die onderdeel was van de supermarkt waar de ambachtelijk droge worsten ge-maakt werden door Dennis en Wolter, is op het hele eiland be-kend. Beroemd is de Amelander droge worst ook in Friesland ge-tuige de prijs die Dennis ermee won in 2009. De supermarkt was een verbinding in het dorp waar de nieuwtjes uitgewisseld werden en iedereen welkom was voor boodschappen maar ook voor een praatje. Na alle jaren met plezier gewerkt te hebben zijn Dennis en Maya gestopt met de supermarkt in 2019, deden een jaar iets rusti-ger aan maar wel was de worst-makerij in vol bedrijf. Er begon-nen zich daarna ook nieuwe plan-nen te vormen voor het enorme pand. Een aantal ideeën werd bedacht, gewikt en gewogen en uiteindelijk werd de knoop door-gehakt.

Een fantastische indoor avontu-ren glow-in-the-dark minigolf-baan is er gebouwd in het achter-ste deel van het pand. Met daarbij aan de voorkant een gezellige open koffiekamer waar u kunt nagenieten van een potje uniek avonturengolf, met daarbij een lekkere versnapering en een drankje. Aan diezelfde voorzijde is tevens een sfeervolle en gezellige streekwinkel gecreëerd.

Dennis en Maya zijn samen met collega Wolter die al jaren bij hun werkzaam was dit compleet nieu-we bedrijf begonnen. Om dit al-lemaal te realiseren werd de win-kel van binnen volledig gestript, alles ging eruit. Het werd een grote ruimte en vandaar uit wer-den er muren neergezet die de ruimte verdeelden in twee ge-deeltes. Het grootste gedeelte, ongeveer 300 vierkante meter aan de achterkant werd met een scheidingswand gereserveerd voor de indoor avonturengolf-baan. Van de rest van de ruimte aan de voorkant, bij de grote ra-men ontstond zo een lange ruim-te. Aan de straatkant werd de toegangsdeur van de supermarkt eruit gehaald. Daar kwam een groot kozijn voor in de plaats en nieuwe zwarte openslaande toe-gangsdeuren werden aan de lin-kerkant geplaatst zodat er een geheel nieuwe entreeplaats kwam. Ook de gevel van buiten werd gestript, de rode banners die de supermarkt goed lieten opvallen en in het oog sprongen werden eraf gehaald, die pasten niet bij de nieuwe streekwinkel. De gevel werd afgetimmerd met zwarte planken en de golfplaten die binnen in de streekwinkel terugkomen. Een grote luifel met daarop het logo: ‘De groeten van Ameland’ siert de gevel boven de entree. De bakken met helmgras bij de voordeur en de meerpalen om de deuren open te houden maken dat je zo door de deuren naar binnen stapt. Een mooie entree waardoor je je welkom voelt om als je langsfietst of -rijdt af te stappen en naar binnen te komen, vertelt Maya. De muur die het pand verdeelde werd aan de kant van de avonturengolf hele-maal geschuurd, geschilderd en geïsoleerd, met hulp van familie en vrienden. De grote ruimte voor de indoor avonturengolf werd zo startklaar opgeleverd aan het bedrijf dat de golfbanen ging realiseren.

In de streekwinkel waar je naar binnen stapt, herinneren alleen de vloertegels nog aan de super-markt. Alles is compleet verbouwd en in een style die je nergens anders vindt en uniek is. Want niets in de streekwinkel of de koffie- en theekamer is door een marketingbureau of binnenhuis-architect bedacht. Alles qua in-richting is volledig door Maya samengesteld, bedacht en gecre-eerd. Dat levert een grote huise-lijke ruimte op, die aanvoelt alsof je er woont. Van lamp tot vloer-kleed, van toonbank tot plantjes op tafel en van hoge tafel gemaakt uit orgelpijpen tot wandtegels echt alles komt uit haar creatieve geest. Daarbij is Dennis erg handig en maakte hij de steigerhouten kasten voor in de winkel, het wastafelmeubel voor de wasbak in het toilet, het steigerhouten worstenrek en nog vele andere dingen. Terwijl Dennis bezig was met verbouwen hield Wolter de worstmakerij draaiende en kon de worstverkoop ondertussen ge-woon doorgaan.

Een grijze tegelvloer met een lange bar waarachter nog een lang mooi donker werkblad is, voor Maya om de Amelander be-legde broodjes aan te maken en de gevulde koeken te bakken. Het keukenblok in de hoek en de koffiemachine ernaast staan mooi te glimmen met alle kopjes en thee op de planken erboven. De heerlijke arabica koffie die ze schenken kun je samen met een heerlijk broodje to go meenemen. De broodjes zijn allemaal belegd met echte Amelander streekpro-ducten, natuurlijk met de ver-schillende soorten huisgemaakte worst en met Amelander kaas en Amelander meerval. Zodra de horeca weer open kan, kun je lekker gaan zitten in de koffieka-mer met een broodje maar voor nu kun je alles mooi verpakt to go meenemen. Het leuke is dat op de deur achter de bar alle heerlijke koffies, thee, broodjes, muffins en gevulde koeken staan geschreven, in Maya haar mooie handschrift, die er te koop zijn.

De bar van bijna vijf meter lang heeft een mooi donkergrijs blad en is aan de zichtkant afgewerkt met steigerhout, golfplaten en een stenen muurtje aan weerszij-den. De toonbank van de streek-winkel heeft dezelfde gebruikte golfplaten als decoratie. De com-plete achterwand is behangen met fotobehang van een oude fabriek met warmrode stenen. Deze ‘stenen’ achterwand met leuke kleine ramen geven de streekwinkel een fijne uitstraling en past er helemaal bij, allemaal uit de koker van Maya haar mood-boards. Aan de raamkant, gelijk rechts als je binnenkomt, een leuke hoge tafel van orgelpijpen die gemaakt is door ome Joop Edes van kerkorgelpijpen die nog ko-men uit 1886, het jaartal staat er onderop geschreven, vertelt Maya lachend. Aan deze tafel staan vier barkrukken en er hangen mooie simpele peertjes boven. In het midden van de streekwinkel staat een lage koeling afgewerkt met steigerhout waarin alle ge-koelde Amelander streekpro-ducten liggen uitgestald die ze verkopen. Op het prachtige unie-ke, lichtgroene antieke dressoir tegen de achterkant van de lage koeling staan twee grote metalen vaten met de heerlijkste Italiaan-se olijfolie uit Sicilië en lekkerste Spaanse Andalusische olijfolie die je zelf kan tappen. Daarnaast ver-kopen ze ook nog vele andere fijne oliën en bijzondere azijnen, kant-en-klaar in flessen. Aan de andere kant, als afscheiding van de streekwinkel en de koffieka-mer staat een prachtige kast in dezelfde antieke style en licht-groene kleur. In die kast staan de mokken die Maya liet bedrukken met de logo’s die bij de verschil-lende soorten droge worsten horen. Op een schap staan thee, chocolademelkballen, Amelander mosterd en waddenzout uitge-stald. Dit creatieve duo levert een streekwinkel vol met de Amelan-der producten die het eiland in-middels rijkelijk produceert.

Achter de toonbank van de streekwinkel hangt het worsten-rek van steigerhout tegen de wand dat Dennis zelf gemaakt heeft. Daar hangen alle vier soor-ten ambachtelijke Amelander droge worst, naturel, peper, knof-look en de runderworst. De droge worsten worden handgemaakt in de slagerij, achter de streekwin-kel en huisgerookt in de rookkast. Naast de ambachtelijke Amelan-der droge worsten maakt Dennis samen met Wolter ook nog Ame-lander spek, Amelander grill-worst, Amelander gerookte kipfi-let, Amelander leverworst of Amelander kookworst die natuur-lijk allemaal te koop zijn in de streekwinkel. In een kast langs de wand staat het Amelander bier en meel en de verschillende wad-dendelicatessen uitgestald.

In de rest van de ruimte heeft Maya een koffie- en theekamer ingericht met meubels, naar haar eigen inzicht. Wat het tot een bont maar zeer gezellig huiska-merachtig geheel maakt. Het plafond is met oude golfplaten bekleed en vormt door de roest-plekken en het houten raamwerk erover heen een mooi geheel met de rest van de koffie- en theeka-mer. Die golfplaten hadden nog wat voeten in de aarde, die moes-ten opgehaald worden in Etten, een dorp vlakbij de Duitse grens en daarna nog helemaal schoon geschrobd worden. De koeien-huid, een cadeau van de moeder van Maya, de kleden op de vloer onder de verschillende zitjes, allemaal verschillende lampen, de stellingkasten voor de ramen met planten en lijstjes maken het een plek waar je je thuis voelt. Waar je heerlijk kunt zitten aan de lange stamtafel en kijken naar alle men-sen die voorbijkomen. De stamta-fel, die ze van Dennis’ moeder kregen, en het zitje met de blau-we bank staan op een verhoging die met een zelfgemaakt zwart hekje is afgezet. Ook de twee metalen lockers om de jassen op te hangen voor de gasten van de indoor avonturengolf tegen de achterwand maken het echt tot een geheel. De wand bij de ver-hoging heeft Maya ander fotobe-hang gegeven, een behang van steigerhouten delen met zachte kleuren die terugkomen in de meubels en inrichting.

De ingang met twee klapdeuren naar de indoor avonturengolf geeft niets prijs van wat daar achter te beleven is. Helaas is de indoor avonturengolfbaan nog niet open maar zodra die open mag kunt u dat lezen in de Ame-lander. Voor nu nodigen Dennis, Maya en Wolter u van harte uit in de streekwinkel ‘De groeten van Ameland’ in het hartje van Buren en bent u voor een echte Ame-lander droge worst nog steeds en alweer aan het goede adres.

Amelandfoto-avonturengolf-19
Amelandfoto-avonturengolf-15
Amelandfoto-avonturengolf-11
Amelandfoto-avonturengolf-8
Amelandfoto-avonturengolf-7
Amelandfoto-avonturengolf-1
Amelandfoto-avonturengolf-4


Tino Barf: ‘Kun je als ondernemer wel met pensioen gaan?’
Op het document van de Kamer van Koophandel staat april 1970, het moment waarop Koudenburg als kampeerterrein en caravanpark startte. Door de ruilverkaveling was Piet Barf in het bezit gekomen van 7,5 hectare aaneengesloten land met de duinen als noordelijke begrenzing. Zijn zoon Arend Gerrit boerde op de Tussendijken. Dat moest eigenlijk anders, rugklachten maakten het moeilijk voor hem om dit vol te houden. Het roer ging om: het bijeenkomen van meerdere kleine percelen, zo dicht bij het unieke natuurgebied maakte een nieuwe start mogelijk voor een camping. 2020, 50 jaar later eiste corona alle aandacht op. Nu 51 jaar later kijkt de kleinzoon van Piet Barf en zoon van Arend Gerrit, Tino Barf terug op het ontstaan en de ruim 50 jaren daarna waarin Koudenburg uitgroeide tot een begrip.

Koudenburg, altijd al een plek om te ondernemen.

Door haar noordelijke ligging dicht bij het strand is Koudenburg altijd wat afgelegen geweest van het dorp Hollum, wat bepaalde avontuurlijke vrijheden bood. Zo spreekt in 1811 Cornelis Zorgdra-ger over smokkelpraktijken van Helgoland naar Ameland en vond-sten van de ‘dovanen’ (douanen) op het grondgebied van Kouden-burg. En al eerder stond er op Koudenburg een grote ‘boere schuur met behuisinghe’ van Johannes Tjallings Swart, Swart-senburg genaamd. Toen Johannes Swart overleed in 1804 werd dit bedrijf van de man, die ook ‘De Zwaan’ liet bouwen, in 1805 in gedeelten verkocht naar de vaste wal.

Tino Tjeerd Barf: ‘Toen mijn va-der startte, waren de eerste om-standigheden primitief, om het toiletgebouw te verwarmen werd een dieselaggregaat gebruikt, Andries Metz uit Nes bracht de olie. Mijn ouders AG en Tea kre-gen drie zonen: Pieter, Tino en Eduard. Mijn jongste broer Eduard vaart als bootsman op de lijn Rot-terdam-Engeland. Pieter beheert gebouwen van hun verhuurbe-drijf. Door omstandigheden raakte ik op mijn 23e verbonden aan Koudenburg. Ik heb de MEAO gedaan en als vakken Duits, En-gels, privaat- & publiekrecht en economie. Na de school heb ik een jaar gewerkt op Duinoord, een grote camping, een erg leerzame periode. Daarna moest ik opko-men voor m’n dienstplicht bij de Marine. Na zeven maanden ge-diend te hebben in Den Helder, kwam het moment dat Kouden-burg en mijn ouders een beroep op mij deden. De burgemeester heeft een brief geschreven om aan te tonen dat ik dringend naar huis moest komen. Vanaf dat mo-ment ben ik gestart op Kouden-burg: structuur aanbrengen, ho-reca aan de tijd aanpassen, bunga-lows bouwen, verkopen en verhu-ren. Rond 2009 ontstond de situa-tie dat ik alleen door ben gegaan en Koudenburg daadwerkelijk heb overgenomen op papier. ’t Grap-pige is dat gasten die hier reeds lang staan met hun caravan nog altijd refereren aan afspraken die ze in die tijd gemaakt hebben met m’n ouders, ach ja’.

Is het de keuzemogelijkheid uit diver-se vakantie-onderkomens, die van Koudenburg een succes maakten?

In totaal herbergt het terrein ongeveer 138 caravans. Verder een kleine camping voor tenten en toercaravans en een Groeps-huys.

Tino: ‘In 1993 zijn we begonnen met de bungalows. Daar ging het een en ander aan vooraf: gesprek-ken met bank en de accountant, het plan van aanpak. Gefaseerd zijn de bungalows gebouwd. De 26 bungalows zijn grotendeels in particulier bezit, enkele bunga-lows zijn kortgeleden terug ge-kocht en worden nu door ons verhuurd. Toen het bungalowpro-ject af was, ben ik zeven weken naar Australië gegaan, dat was nodig, een andere horizon, ander land, even afstand nemen. Van de opbrengst van de bungalowver-koop hebben we Koudenburg kunnen upgraden, met name de A.G.’s Pub zoals die nu is, de stra-ten, het Centrumgebouw, het Badhuis en het Groepshuys.

Het is erg bijzonder dat ik gasten, die ik nog ken uit mijn jeugd, weer terug zie komen. Ze vertel-len mooie verhalen van toen en het is ook leuk om te horen wat ze uiteindelijk zijn geworden. Soms inmiddels gescheiden en weer hertrouwd. Ze herinneren zich de mooie tijd uit hun jeugd en ko-men terug, op zoek naar toen, het eilandleven? Het gevoel van toen proberen we te laten herleven met onze wekelijkse barbecues op zondag, met m’n vader achter de vuren, zomers het ambachtelijk visbakken, de camping trekker-tocht naar het Oerd met een buf-fet ter plaatse, de Koudenburg-walk en run. En in de herfst het garnalen kruien. De tijd van de Ambla & West-End zijn ze niet vergeten. ‘Wat een geweldige jeugd hebben we gehad tijdens onze vakanties op het eiland Ame-land, met als thuisbasis Kouden-burg’ herinneren ze zich’.

En wellicht is het ook de aanwezigheid van ‘een buurman’ als de golfbaan, die een bezoek aan Koudenburg extra aantrekkelijk maakt?

‘De golfbaan is een mooie aanvul-ling, we kunnen faciliteren in het aanbieden van voordelige green-fees. En een golfbaan next door is natuurlijk een prima combinatie. Voor de jonge golfers (onder de zestien jaar) zou het mooi zijn dat ze daar iets mee gaan doen, bij-voorbeeld weer gratis op de prachtige par 3 baan, na les en toestemming van de Golfpro na-tuurlijk. Het zijn de golfers van de toekomst. Zowel mijn ouders, als mijn kinderen, maar ook ikzelf golfen graag. Op dinsdagavond is er een gezellige golfavond, be-kend onder de golfers als: balle-tje-balletje. Golfen en daarna een gehaktbal van m’n vader in A.G.’s Pub.’

In hoeverre kun je ooit spreken van ‘met pensioen zijn’ als je ondernemer bent?

‘Mijn vader A.G. is al jaren met pensioen, maar nog steeds nauw betrokken bij de zaak, bijna elke dag komt hij even langs voor een praatje en wijs advies. Hij is nog altijd actief met hand- en span-diensten, net als mijn moeder. Die verkoopt de kippeneieren bij de receptie. M’n vader verkoopt z’n groenten uit de groentetuin aan de gasten. Ben ik er een dag niet, dan vervangt hij mij graag. Zo-mers verzorgt hij de barbecue en voor een middag visbakken voor de gasten draait hij ook zijn hand niet om. Ik zeg hem dan wat rusti-ger aan te doen. ‘Ben nog zo sterk als een peerd’, zegt hij dan. Sinds kort heeft hij twee knuffelpony’s en sinds kort is er een veulen bij, Rico.’ De familieband is hecht, Tino’s zonen voelen zich verbon-den met hun opa. Lachend ver-volgt Tino het verhaal van de geboorte van het veulen. ‘Op de avond ervoor zei ik, het is leuk als er veulentjes zijn, maar dit jaar geloofde ik er niet zo in. De pony’s worden dikker en dikker, volgens mij omdat ze op veel te veel gras staan. Ik zei tegen mijn vader: Het komt zo niet goed met die pony’s. Hij was wat aangeslagen door mijn kritiek. ’s Ochtends om 07:00 uur werd Rico geboren! Mijn zonen spraken mij erop aan: Papa, dat was niet aardig van je gisteren tegen opa. Nu zie je wel dat hij toch gelijk heeft.’

Er is in de familie Barf altijd wel een grote connectie geweest tussen de generaties. Ik doel daarmee op de 160 jaar dat de familie Barf een voerman met paarden beschikbaar had voor de lancering van de reddingboot. Ik lees in ‘Reddingwezen op Ameland’ dat Hans Barf al in 1824, bij de oprichting van het reddingsstation Hollum als eerste in de rij met twee paarden de reddingboot hielp lanceren.

‘Mijn opa Piet Barf was 50 jaar voerman, mijn vader volgde hem op en mijn broer Pieter hem weer. Nog niet zo lang geleden eindigde de familietraditie. Zelf ben ik niet zo’n paardenman. Mijn broer wel, die heeft iets met paarden. Doen precies wat hij zegt. Het lanceren van de red-dingboot is één van die eilander tradities, die toeristen of ze nu veel of weinig te besteden heb-ben massaal bezoeken’.

Is er nog plaats op Ameland voor de patat-, pannenkoek- en fietstoerist?

Tino’s gezichtsuitdrukking veran-dert naar nadenkend als hij zegt: ‘We hebben een gezond familie-bedrijf maar toch: de druk is hoog. Kijk ik naar mijn naaste buren dan is Amelander grond overgegaan in handen van bedrijven buiten ons eiland. Vanuit de Gemeente is er weinig contact. We worden als campings telkens geconfronteerd met lastenverzwaringen en dat in deze lastige coronatijd. Ik zou eerder steun verwachten van de Gemeente. Bijvoorbeeld overleg, wat in eerdere tijden regelmatig plaatsvond en dat contact wordt gemist, een wethouder of raadslid die even langs kwam om te vra-gen hoe het gaat… In plaats daar-van is de WOZ waarde voor de camping verdubbeld. De kosten voor een caravaneigenaar zijn fors verhoogd. Waarom wordt de ondernemer, die plaats biedt aan de gasten, die Ameland decennia lang bezoeken, de camping- en caravangast, geconfronteerd met deze gigantische lastenverho-ging? Het voelt alsof er aan je stoelpoten wordt gezaagd. De heffingsambtenaar lijkt vrij te zijn in zijn keuze bij deze verho-gingen. De Raad zou meer moeten controleren. Het enige wat we kunnen doen, is vervolgens be-zwaar maken, werk van werk’.

Waar wil Ameland naar toe in de toekomst?

Tino: ‘Soms denk ik dat het een toekomst is met villa’s en à la carte toeristen. Wij hebben drie zonen. De oudste van onze kin-deren doet een opleiding voor leidinggevende in de recreatieve sector in Leeuwarden en helpt regelmatig al mee. We denken wel na over onze opvolging, maar ik vind dat het overnemen door de kinderen een proces moet zijn. Ik zie onze tweede zoon bij een aankomst gastvrij een rondje doen over het terrein, waarbij hij de gasten wijst op de fietsenver-huur, op de A.G.’s pub en de Golf-baan. Als ik tegen onze jongste zeg dat er nodig gras gemaaid moet worden, dan zit hij voor ik me heb omgedraaid al op de gras-maaier. Een bedrijf als het onze voedt direct vijf tot zes gezinnen en dan zijn er nog allerlei bedrij-ven die indirect geld verdienen aan de camping. Wij laten het bij caravans of zoals we ze nu noe-men, chalets’.

De gezelligheid van Koudenburg.

Tino: ‘Degenen, die na jaren te-rugkomen, praten met mij on-middellijk weer over de ouder-wetse persoonlijke gezelligheid, die ze hier aantroffen op het Kou-denburg van met name mijn ou-ders. Ook ik houd niet van dat massale, maar vind het leuk om dingen te organiseren: vroeger de bekende voetbalwedstrijden bijvoorbeeld, Koudenburg tegen Boomhiemke of Amelandia. Zo gaan we minstens een keer per jaar met een grote trekker naar het Oerd, de catering wordt zo’n dag verzorgd.

We organiseren de Koudenburg-walk met een geheime catering ergens op een mooie plaats. Er lopen al gauw 40 tot 50 man mee. Kosten voor deelname is nihil, dat men het leuk vindt, is veel be-langrijker. ’n Paar keer hebben we de Koudenburgrun georgani-seerd, dan begroeten we circa 99 deelnemers. Voor kids is de af-stand: één of twee kilometer. Voor de volwassenen vijf en de tien kilometer. Na de tijd is het gezellig napraten.

Dan zijn er natuurlijk wekelijks de barbecueavonden met mijn vader en is er minstens één keer per jaar of vaker een dag waarop we vis roken en bakken. Ook dan gaat mijn vader weer los achter de vuren. Hij zorgt voor de gebakken vis. De verse vis komt vanaf Urk & Lauwersoog. Vis om te roken: makreel, rode poon & zalm. De eerste keer werd de vis vervoerd in de auto van de vrouw, lekte natuurlijk aan alle kanten, mocht de pret niet drukken, de vis was op Holwerd. Daar werd de vis verder vervoerd met de rubber-boot. Op de zaterdagochtend star-ten we al met het schoonmaken van de vis. En dan waait er in de middag over heel Koudenburg de geur van gerookte en later ook van de gebakken vis. Vorig jaar zijn we gestart met de verkoop van pizza’s, een erg groot succes.

Begin juli ondernemen we met enkele mannen, een reis naar de Westpunt van Terschelling. Met twee rubberboten gaan we dan op weg naar de prachtige haven. Broer Pieter vaart de ene boot en ik de andere. Voor de lunch ne-men we gerookte zalm, garnalen, haring en oesters mee, de prosec-co mag dan niet ontbreken, meestal in de haven nuttigen we dit bij aankomst. Een prachtige rit, die we hopen elk jaar te mo-gen doen, afhankelijk van het Weer & Tij, c’est la vie !’

Zou je kunnen zeggen dat het de gewone dingen zijn, die op Kouden-burg nog kunnen en daarmee die speciale sfeer creëren. Of is gewoon helemaal niet zo gewoon?

Tino peinzend: ‘In deze tijd voe-len mensen zich al snel ongemak-kelijk als ze ergens niet voor hoeven te betalen. Als je zegt: ‘ik vind het leuk dat je er bent, dit biertje is van mij’. Eerder was dit niet zo’n probleem, toen ruilde je bij wijze van spreken schelpen voor zand en dat was goed. Je kunt best genieten van een mooie fles wijn, die geen € 80,- kost….
Op Koudenburg zijn er mensen, die een klus of klusje voor hun rekening nemen, gewoon vrijwil-lig. Dat kan van alles zijn. Daar hebben we het over tijdens het vijf-uurtje in A.G.’s pub. Daar be-spreken we de politiek. Dat kan de Amelander politiek zijn, maar ook de wereldpolitiek. Onder leiding van Ome Douwe, een gepensio-neerde gast, trachten we de we-reld te verbeteren en wordt de politiek onder de loep genomen en verbeterd natuurlijk. Tegen zeven uur drinken de gasten nog een jonge borrel en is het klaar voor de dag, iedereen gaat weer naar zijn eigen verblijf’.

A.G.’s Pub, bekend over het hele eiland en ver daarbuiten, wat maakte het zo’n succes?

‘We hebben over het concept goed nagedacht, maar dat is de kracht van m’n vader, eenvoud en altijd druk met iedereen het ge-zellig te maken. We zijn toenter-tijd naar Cambridge gevlogen met ons team om kennis te maken met de Pubs daar. Durk Venema, met wie ik veel gevlogen heb, ver-zorgde deze vlucht van Ballum naar Cambridge, een prachtige vlucht over het Kanaal. De Pubs daar hebben frivole namen, O’Dolly’s Pub en zo. Voor ons niet nodig, over de naam waren we het eens. Men zei in het dorp altijd, met name bij de voetbal-wedstrijden ‘we gaan naar A.G. !’ Die relaxte no-nonsense sfeer… Is dat het niet wat de gasten ook op Koudenburg zo waarderen? Hoe ze gestrest binnenkomen en na een aantal dagen beginnen te merken dat ze opknappen, door ogenschijnlijk heel gewone din-gen: zon en strand, een fietstocht over het mooie eiland Ameland. Met Durk Venema heb ik regel-matig lange vluchten gemaakt, naar Kopenhagen een paar keer. ’s Ochtends vroeg weg en rond een uur of half elf waren we er. De Duitse eilanden hebben we re-gelmatig bezocht, er ook over-nacht. Vaak bezochten we Helgo-land, een apart eiland met een mooie geschiedenis. Zo keek ik vaak hoe men omging met de toerist daar, erg interessant om te zien.’

Op het eind van de dag een mooie likeur, Babbelaar Amelander!

‘Twee keer per jaar, met Pasen en eind oktober houden we vanaf vijf uur een Koudenburgborrel, daar serveren we een hapje bij en er is achtergrondmuziek. Henk Kuiper, de Troubadour bijvoorbeeld. Ie-dereen komt, een heel laantje is er. Met Pasen begroeten de men-sen elkaar, vertellen over hun winter en hoe ze hun caravan hebben klaar gemaakt voor het komende seizoen. Ik doe dan de speech niet zelf, maar doe een beroep op een van de gasten, die vaak spreken in het openbaar. In de pub spreken we niet over zake-lijke dingen, degene die dat doet krijgt de rekening gepresenteerd. Het verziekt de sfeer, dat is niet gezellig. Dit is een belangrijke balans. Voor financiële kwesties is er de receptie. Zo houden we de babbelaars, die het hebben over het lekkere weer van die dag en de mooie fietstocht over. Sinds een paar jaar hebben we van de babbelaars aan de bar de naam geleend voor een speciaal drank-je, wat we schenken en ook ver-kopen aan wederverkopers. Ster-ker nog, hier ligt een taak voor de babbelaars: in een speciaal aange-schafte mini worden de bestelde Babbelaars persoonlijk bezorgd. De grote, middel- en miniflessen en flesjes zijn voorzien van een etiket, wat door kleur en foto van de Amelander vuurtoren een oud-ambachtelijke sfeer uitstraalt.’

In A.G.’s Pub hangt prominent een foto van Tino’s grootvader Piet Barf en zijn vriend en makker beurtschipper Cor Bruin. Eronder staat ‘met historisch besef als basis’. Tino: ‘Dat is nog steeds onze basis van waaruit we handelen’.

vier-generaties-barf
faf39967-c563-4787-9033-b19b185bff1f
c38ba2f5-3012-4041-a594-2c55b2c17f60
Bekijk-recente-fotos-002
adf38e9b-0e72-437f-a52a-8cf83d6d48bf
9867b486-c3ad-4db9-a8f6-915aa0d75774
5611dc2b-fbb0-428f-af84-5846d574e192
349fab4e-2174-4904-b27c-863fcf5f759e
008bc952-5443-4868-94c4-cc44c1bad3bf
2d7fd1ff-6d12-499f-9ed2-cc1abdbb0467


© 2021 De Amelander. Alle Rechten Voorbehouden. Design by Webtool4all