• 0519-555100
  • 06-22485795
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Welkom op deamelander.nl

Als ambulancebroeder weet je ook dat je ellende tegenkomt. Maar leuk is het niet…’

De Gemeente Ameland besloot zo’n tien jaar geleden dat de stranden bij alle vier de dorpen op het eiland professionele toezicht nodig hadden. Sindsdien bewaken Lifeguards van de KNRM in het hoogseizoen het strand. Vanuit de reddingsmaatschappij doet coördinator Theo Nobel (63) het woord. Tot voor kort was hij decennialang schipper op eerst de Johannes Frederik en daarna op het huidige boot, de Anna Margaretha. En nu is hij dus de kapitein op het figuurlijke schip dat de KNRM Lifeguards heet.

Sinds het jaar 1986 is Theo betrokken bij de Koninklijke Nederlandse Reddingsmaatschappij, kortweg KNRM. De eerste zestien jaar was dat als vrijwilliger, om in 2002 fulltime in dienst te treden. Bij elkaar opgeteld is dat een kleine 35 jaar aan ervaring in het reddingswezen. Sinds vorig jaar is Theo schipper af en is hij als coördinator verantwoordelijk voor de Lifeguards. “Dat heeft natuurlijk een raaklijn, want in feite ben je met hetzelfde doel bezig. Maar dan op een andere manier. Voorganger Jan Verbiest heeft het acht jaar gedaan. Mijn situatie was zo dat ik vorig jaar de leeftijd (62) bereikte waarbij ik volgens de wet geen schipper meer mag zijn. Maar ik stond nog wel op de loonlijst. En dus was het logisch dat ik Jan opvolgde.”

Drukke bedoening op Amelander stranden

Op Ameland bevindt zich het langszittende Lifeguards-team van Nederland. Ook op de andere Waddeneilanden en op plekken aan de Hollandse kust van de Noordzee kunt u de Lifeguards tegenkomen. Maar nergens is het strand zo lang bewaakt als op ons eiland. “De noodzaak om vier posten op Ameland te hebben, is aangetoond. Waarbij Ballum er een beetje tussenin zwemt”, gebruikt Theo een mooie metafoor. “In Hollum en Buren zijn er vier Lifeguards, in Nes postvatten er zes. Daarvan zitten er wisselend twee in Ballum. Omdat het strand daar zo groot is, zwemmen er relatief weinig mensen. Gebeurt dat toch, dan rijden de Lifeguards in hun pick-up truck naar de waterkant en houden ze er een oogje in het zeil.”

Theo zelf is als coördinator het aanspreekpunt van de Lifeguards. Op dit moment doet hij veel onderhoud aan de units op het strand, omdat die door de inmiddels welbekende coronacrisis later geleverd werden. Hij concludeert dat Nes en Buren de twee meest bezochte stranden van het eiland zijn. “Soms ben ik binnen een uur eventjes op alle posten geweest. Dan kun je het verschil in drukte goed zien”, zegt Theo. “Het valt me dan altijd op dat het in Hollum optisch drukker lijkt. Dat komt omdat de mensen op het strand in Hollum dichter op elkaar zitten én het strand – in ieder geval met hoogwater – vrij klein is. Dan is het maar een compact gebied en lijkt het al snel drukker dan het in werkelijkheid misschien is.”

Voorheen was het zo dat de exploitant van de strandtent zelf een badmeester aanstelde. “Nu is dat anders”, legt Theo uit. “Van 10.00 uur tot en met 18.00 uur is er professionele bewaking van de KNRM Lifeguards. Zij kiezen de meest gunstige plek uit om te zwemmen en daar brengen ze markeringen aan. Daar tussenin mag je zwemmen. Daarbuiten ook, dat kan niemand verbieden. Maar daar is geen toezicht. De jongens en meiden op Ameland moeten bovendien het langst beschikbaar zijn. Onze stranden zijn vanaf half juni in de weekenden bewaakt en vanaf begin juli is dat fulltime tot ongeveer eind augustus. Daarna zijn de posten ook in de weekenden nog tot half september bezet. De Gemeente Ameland bepaalt dat.”

Pittige selectie dagen en coronamaatregelen

De KNRM adverteert op haar eigen website groots met de Lifeguards-post op Ameland. Een heus promofilmpje en allerlei voordelen staan er vermeld waarom mensen dit als bijbaan moeten nemen. Je leest het goed: iedereen kan namelijk aan de slag als lLifeguard. Maar voor het zover is, moet je wel een zeer strenge selectieprocedure doorstaan. “Dat begint al in de winter tijdens selectiedagen. Zo moeten Lifeguards minimaal achttien jaar zijn en bijvoorbeeld vierhonderd meter kunnen zwemmen binnen acht minuten. Daarnaast moet je een aantal opleidingen, cursussen en trainingen volgen. Denk bijvoorbeeld aan het overweg kunnen met een waterscooter en een 4WD-rijopleiding, zodat je op het strand kunt rijden.”

“Dan heb je ook nog senior-trainingen voor Lifeguards die al een aantal jaren meelopen en juniors moeten aansturen”, gaat Theo verder. “De seniors hebben vaak al drie tot vijf jaar ervaring. Het is zo ingeregeld dat op iedere post minstens één senior aanwezig is. Zie dat als een soort teamcaptain. Zij zijn ervaren en kennen het klappen van de zweep. Onze Lifeguards slapen bijvoorbeeld in de units op het strand. Dat vinden ze overigens prachtig! Daarnaast verzorgen de strandtent-exploitanten het eten voor hen. In ruil daarvoor maken de Lifeguards ook het strand schoon, wat vanuit de gemeente dan weer een vereiste is voor de strandtentexploitanten. Voor mij is het dan fijn dat de seniors dat in goede banen leiden.”

Dit seizoen is er wel een extra uitdaging: het COVID19-virus. “In de beginjaren rouleerde het best wel veel. De laatste jaren zie je echter steeds vaker dezelfde personen terug. Waar ze voorheen als team met z’n allen na werktijd leuke uitstapjes ondernamen, is de KNRM door het coronavirus nu streng. Zo blijft post-Hollum met vier man de gehele zomer hetzelfde. Dat geldt ook voor het viertal in Buren en het zestal dat verantwoordelijk is voor Nes en Ballum. Mocht een van hen het virus oplopen, dan staan dus niet meteen veertien mensen buitenspel. Bij de reddingsboot doen we overigens hetzelfde; we oefenen in twee – steeds dezelfde – groepen. Als dan één groep uitvalt, heb je nog wel de garantie op een tweede.”

Handelingen op het strand

Bij mooi weer zijn er veel mensen die op het strand genieten van de zon. Het betekent ook dat even zoveel mensen af en toe een plons in de Waddenzee of Noordzee nemen om af te koelen. “Op dat soort dagen hebben ze het bij alle posten behoorlijk druk”, schets Theo het beeld. “Het is echt opletten geblazen. Je moet jezelf voortdurend focussen om te kijken of iemand zich in problemen bevindt. Vaak beginnen mensen dan te zwaaien. Maar je moet wel het onderscheid kunnen maken of iemand zwaait naar een ander aan de kant, of dat diegene echt in nood is. Dat vereist aandacht. Om de twintig minuten wisselen de Lifeguards elkaar af, zeker bij mooi weer. Op die manier kunnen ze de concentratie vasthouden.”

Daarnaast bestaat het takenpakket op drukke dagen vooral ook uit EHBO-werkzaamheden. “Kinderen die op iets scherps trappen en daardoor een pleister nodig hebben”, stipt Theo aan. “In Hollum houden mensen nog weleens verwondingen over aan de stenen die onder water liggen. In de units op het strand bevindt zich ook verschillende EHBO-ruimtes, met bijvoorbeeld een behandeltafel, een EHBO-koffer en een AED. Iedereen kan daar terecht. Verder is het vooral corrigerend optreden tegen mensen die te ver de zee in gaan. Of bijvoorbeeld met het terugbrengen van verdwaalde kinderen naar hun ouders. Maar mensen leveren ook gevonden voorwerpen af en het is soms een soort informatiepunt voor de badgast. De Lifeguards zijn een beetje gastheer en –vrouw van het Amelander strand.”

De zee geeft, maar helaas neemt ze ook…

Waar het voor dit artikel aanvankelijk de bedoeling was om inzicht te geven wat de Lifeguards hier zoal doen en aan wat voor eisen zij moeten voldoende, veranderde dat door een noodlottige gebeurtenis op 11 juli. Omstreeks 22.30 uur op zaterdagavond kwam er een melding binnen van een vermist Duits meisje. Samen met haar zusje stond ze op het strand bij Buren in het water naar de toen prachtige zonsondergang te kijken. Door onbekende reden geraakten ze in moeilijkheden. De vader probeerde zijn dochters te redden, raakte zelf ook in de problemen en keerde slechts met een van de twee terug aan wal. Een grote zoekactie werd op touw gezet; zes dagen later werd ze gevonden. Een gitzwarte bladzijde.

“Op dezelfde dag hebben de Lifeguards vier mensen uit een gevaarlijke situatie weg moeten halen. Gelukkig loopt het bijna nooit fataal af. Het laatste verdrinkingsgeval op Ameland dateert van 1995. Toevallig was ik daar zelf bij”, herinnert Theo zich. “Een man van een jaar of 35, zoiets. Waarschijnlijk onwel geworden en daarna afgedreven. Dat soort uitrukken vergeet je nooit. En toen hadden we nog geluk. We waren bijna een uur na de melding op locatie – we moeten immers van de Ballumerbocht naar het Noordzeestrand varen, waar het toen was. De drenkeling bevond zich nog aan het oppervlakte, waarschijnlijk omdat er nog lucht in de longen zat. Zo snel kan het gaan: zodra die lucht eruit is, zinkt een lichaam weg.”

Nadat de hulpdiensten de hoop hadden opgegeven het meisje levend terug te vinden, werd er toch doorgezocht naar haar lichaam. Daarbij werden alle denkbare middelen ingezet. Redders van de KNRM, de politie, de brandweer en eilanders vonden elkaar in de week van haar vermissing. Op eigen initiatief zochten de viskotters uit Zoutkamp met hun netten in linie de bodem van de Noordzee af; vanaf het eiland een indrukwekkend beeld. Ook speurders van SAR Nederland hielpen mee, met onder meer speciaal getrainde honden en paragliders. Samen deden ze er alles aan om haar lichaam terug te vinden. Na tal van tomeloze inspanningen lukte dat; bijna zes dagen na haar vermissing was ze terecht.

Hoewel het misschien raar klinkt, is het Duitse meisje gelukkig teruggevonden. De familie kon haar meenemen naar huis en kan het verlies – hoe verschrikkelijk dat ook is – van hun dochter en zus gaan verwerken. Moge zij in vrede rusten.

lifegards5
lifegards4
lifegards3
lifegards2
lifegards1


Thee, snoep en een praatje in overvloed op 12 vierkante meter

Het is een stormachtige dag wanneer ik bij Ageeth (52) ‘De Ouwe Stee’ binnenstap. Een tuin vol gezellige zitjes en bloemen maken het uitnodigend om tenminste een kijkje te komen nemen en al dan niet naar binnen te gaan. We lopen door de winkel en mijn oog valt, als echte theeleut, gelijk op de muur vol zakjes verse thee. Daar tegenover staat de toonbank met oude kassa en weegschaal. Gebruiksvoorwerpen waar Ageeth nog wel een verhaaltje over te vertellen heeft.

Twee problemen

‘Als ik iets in mijn hoofd heb dan wil ik het ook echt zó hebben. Dus ik wilde een kassa die precies in het plaatje paste. En zie die dan maar eens te vinden. Uiteindelijk vond ik een restaurateur van dergelijke apparaten.’ Ageeth stuitte in haar zoektocht op twee problemen, de beste man bevond zich helemaal in Duitsland, Sauerland om precies te zijn. En misschien nog wel belangrijker, hij wilde helemaal niet verkopen. Als je denkt dat Ageeth bij de pakken neer gaat zitten dan heb je het mis. Ze heeft de man uitvoerig verteld over haar enthousiaste plan voor de snoepwinkel.

En hij ging overstag, toen moest ze nog afreizen naar Sauerland in Duitsland. Maar ze heeft een fijne auto en crost zonder problemen het land (en verder) door om te krijgen wat ze wil. Overnachten daar en weer terug mét kassa. Die stamt uit de jaren 1920 en werkte destijds met Duitse Marken, dat past natuurlijk niet in de stijl van een oudhollands snoepwinkeltje. Dus Ageeth haalde de machine uit elkaar en veranderde het zelf wel even. Een typisch voorbeeld van haar creativiteit en doorzettingsvermogen. Ook de deurbel en weegschaal zijn oud, de laatste uit 1949. Maar daar blijft de echt oude inrichting bij. Het moet wel schoon en fris blijven voor de etenswaren. Zo mogen mensen niet zelf hun snoep scheppen, helemaal in de tegenwoordige tijd is hygiëne van groot belang.

Men moet zich welkom voelen

Voor Ageeth was het lastig omgaan met de coronamaatregelen, ze had natuurlijk wel eerder open gewild. Maar ja, is dat wel verstandig in zo’n spannende tijd? Ze had natuurlijk ook investeringen gedaan en de verhuur van haar vakantiehuis ‘Chill op Ameland’ stagneerde, dus inkomsten uit de winkel waren zeer welkom. Uiteindelijk is de winkel open sinds 30 mei, zelfs die zaterdag heeft ze nog lang getwijfeld of ze het wel moest doen. Het was haar dochter die haar het laatste zetje gaf, die dreigde om de opening zonder omhaal op sociale media te zetten zodat Ageeth er niet meer omheen kon. Dus daar ging ze, hoe eng ook, de deuren open en nu geniet ze van alle leuke reacties die ze krijgt.

Ze probeert een sfeer neer te zetten die misschien niet gangbaar is in de huidige maatschappij waarbij alles snel en gehaast gaat. Ageeth wil het juist wat rustiger, de tijd nemen om met mensen te praten, dat ze hun verhaal kunnen doen. En dat lijkt te werken. Elders hebben mensen daar vaak geen tijd voor, daarom was dit echt de opzet. Zoals ze zelf zegt: ‘Je kan wel iets willen, maar mensen moeten zich ook in zoverre welkom voelen.’

Geen standaard souvenirtje

Terwijl ik een kopje thee drink heeft Ageeth de winkel opengegooid. De regen is gestopt en de wind wat gaan liggen. Dus de vlag kan uit en het bord naar buiten. Als snel komt een duo dames binnen onder luid ‘oeh’ en ‘ah’, zo mooi vinden ze het allemaal. Ze lopen over van enthousiasme: ‘Dit kennen wij niet in de Randstad!’ Ze besluiten terstond wat te kopen en al kletsend met Ageeth zoeken ze leuke producten uit. Hun oog valt op de theepotten met lintjes: ‘Dit is toch té grappig!’ Er worden ook veel foto’s gemaakt en nadat de pakjes zijn ingepakt met lintje en sticker gaan de dames verder op hun tocht door Ballum, op naar een lekkere lunch bij een van de andere ondernemers in het dorp. Sommige van hen hebben wel eens laten doorschemeren dat ze er een hard hoofd in hebben dat Ageeth en haar concept het in Ballum zullen redden. Ageeth is zich er van bewust dat ze, met haar toch maar kleine winkeltje, geen grote rijkdom zal vergaren. De Ouwe Stee staat ook niet op een echte A-locatie, zoals collega’s midden in het dorp. Maar Ageeth laat zich niet bang maken. Door de reacties van de klanten die ze de afgelopen vier weken heeft gehad voelt ze zich gesterkt dat ze juist wel een goed concept heeft neergezet.

Ze wil verbinding maken met de klanten die binnenkomen. Een gegeven wat veel klanten lijken te waarderen. Zo’n 90% van alle mensen die even komen sneupen koopt ook daadwerkelijk iets, een deel daarvan komt zelfs later weer terug voor cadeautjes voor vrienden en familie. Een leuk souvenir van Ameland maar geen standaard beeldje van de vuurtoren, Ageeth streeft ernaar om met haar winkel een aanvulling te zijn op het huidige aanbod en wilde een concept dat past bij de ruimte en haar gezin.

Tekening van een snoepwinkel

Het plan voor de snoepwinkel kwam niet zomaar uit de lucht vallen. Al in 1990, toen er plannen waren voor het kopen van een ander pand, heeft Ageeth een snoepwinkeltje in de tekening voor het huis geplaatst. Dat dit idee altijd sluimerde wist ze natuurlijk wel, maar de tekening vond ze onlangs pas weer terug. Toen ging het om een winkeltje in oude stijl met nostalgisch snoep. Dat ook thee een plaatsje in de krappe 12 m2 zou krijgen had ze van te voren niet gepland. Pas toen ze inspiratie opdeed bij collega’s aan de wal zag ze wat er allemaal mogelijk is. Uiteindelijk is dit het leukste deel van de winkel geworden. Alles doen ze zelf, van wegen en inpakken tot verbouwen, dat laatste met name door haar partner Martin en de styling zoals het bord buiten met bladgoud. Als het even kan, doet ze het zelf, ze is perfectionistisch van aard en het moet zoals zij het in het hoofd heeft. En dat is nog wel eens lastig en in oude boerderij, alles staat schots en scheef.

De naam ‘De Ouwe Stee’ is niet zomaar uit de lucht komen vallen, het theemerk ‘Thee aan zee’ is tot stand gekomen na een oproepje op Facebook. Voor de winkel zelf kreeg ze maar geen goed idee, terwijl normaal zulke dingen wel tot haar komen. Ze zocht een naam die allesomvattend kan zijn, die niet alleen naar thee en snoep verwijst. Met het pand uit 1750 zit ze met ‘De Ouwe Stee’ wel goed.

Het brein van een haai

Ageeth heeft zoveel ideeën dat ze 300 jaar zou moeten worden om alles uit te voeren. Inmiddels is ze 52 jaar oud maar zo voelt ze zich zeker niet. Voor haar gevoel gaan dingen die ze vroeger juist moeilijk vond haar nu veel makkelijker af. Van Martin mag ze zo af en toe wel een beetje dimmen. Het is ook echt haar project, hij heeft wel veel meegeholpen met de praktische realisatie van de winkel. Een van de ideeën die ze heeft die ze nog wel gaat uitvoeren is het toevoegen van een kleine theeschenkerij in de tuin. Heerlijk als de zon schijnt, maar dat is mede vanwege Covid-19 nog toekomstmuziek.

Er zijn genoeg ondernemers op het eiland die de producten graag in hun assortiment zouden willen opnemen. Vooralsnog heeft ze genoeg aan de Jumbo in Nes, haar eigen winkel in Ballum en mogelijk nog een plekje in Hollum. De Ouwe Stee moet natuurlijk wel het hoofdkwartier van haar business blijven. Ze is kieskeurig en doet haar inkoop bij verschillende groothandels, vandaar dat ze nu al een voorraad van 70 soorten thee en 85 soorten snoep heeft. Je moet bij zo’n groothandel namelijk een x- aantal producten afnemen om überhaupt te mogen inkopen. Ageeth verkoopt ook achttien soorten munt en is druk bezig om ook daar meer mee te doen.

‘Ik ben maar een klein visje,’ en zo voelt ze zich ook maar wel met het brein van een haai. Het is een arbeidsintensief bedrijf, hoe klein de winkel ook is. Elke dag is ze wel bezig, helemaal nu vakantieparken en eigenaren van appartementen haar hebben gevonden voor leuke welkomstpakketjes, dat kunnen tot wel honderd pakketjes tegelijk zijn. Ze wil nog veel meer doen, maar eerst maar eens lekker doorlopen. Dan komt de rest vanzelf.

ouwe-stee-snoepwinkelkl
ouwe-stee-lintkl
de-ouwe-steekljpg


Toch is hij een Amelander in hart en nieren

Hij is 27 jaar en klaar voor zijn eerste jaar voor de klas: docent geschiedenis en maatschappijleer Jacob Roep. Zijn baan roept hem naar de vaste wal, waar hij al tien jaren woont in verband met zijn studie. Toch is hij een Amelander in hart en nieren: hij is hier geboren en getogen. Misschien is hij van zijn leeftijdgenoten wel degene die het meest geïnteresseerd is in de Amelander historie en de Amelander gebruiken. Al op heel jonge leeftijd startte hij de website Amelander historie, die inmiddels is uitgegroeid tot een vraagbaak van de eerste orde als je iets zoekt over Amelander cultuur in het verre en dichtbije verleden. Sinds begin juli biedt Jacob in Hollum en Nes wandelingen aan door de straten van de oorspronkelijke dorpen. Het is een feestje!

Eerder stadswandelingen in Leeuwarden

Sinds oktober 2017 is Jacob stadsgids en erfgoeddocent voor het Historisch Centrum Leeuwarden. Hij toont de verborgen plekken van de stad en vertelt graag over de geschiedenis van Leeuwarden, die zo’n grote verbinding heeft met de Cammingha’s en de Oranjes. Verder is hij museumdocent bij het Fries Museum in deze stad. In vorige eeuwen hadden de Cammingha’s behalve eigendommen in de stad Leeuwarden, ook het eiland Ameland met daarop het Camminghaslot in Ballum in bezit, wat later in handen kwam van de Oranjes. Die stichtten de eendenkooi op de Kooiplaats. Maar het zijn niet de historische plekken en de heersers over het eiland, waarover Jacob vertelt. Hij organiseert nu namens de Amelander musea Free Tours op Ameland en neemt u mee in het dagelijks leven van de dorpelingen van Hollum en Nes.

Start bij het Sorgdragers- museum in Hollum

De Free Tour door Hollum wordt aangeboden op dinsdag om 13.00 uur en 15.00 uur. De start bij het Sorgdragersmuseum is ook het eindpunt. Aansluitend is het mogelijk om gratis het museum nog te bezoeken. In Hollum is de rode draad door de wandeling de walvisvaart. Die periode van de late zestiende eeuw tot bijna de negentiende eeuw is terug te vinden in de huizen, de kakebienen (walvisbotten) die als erfafscheiding dienden en zelfs graven op het kerkhof. Jacob Roep neemt je mee op reis door de wereld van de commandeurs op de walvisvaart, de kapiteins van de handelsschepen naar de Oostzee, de stuurlieden en alle andere zeelieden in rangen en standen en de vrouwen, die thuis bleven. Hij roept hun wereld op: de reizen op zee, maar ook hun ernst als het ging om godsdienstbeleving. Wist u dat Ameland rond 1665 tien kerken had, waarvan maar liefst vijf doopsgezinde gemeenten met elk hun eigen Vermaning (kerkje)?

Free Tour door Hollum op dinsdag 13.00 uur en 15.00 uur Start bij het Sorgdragersmuseum in Hollum

De route

Hollum is zo mooi! Allereerst het Sorgdragershuus, ooit gebouwd door kapitein Pieter Cornelis Sorgdrager. Op het moment van de bouw was alles nog rustig, heel iets anders als in de tijd waarin zijn zoon Cornelis Pieter Sorgdrager het huis bewoonde. In zijn beroemde dagboek beschrijft hij de inkwartiering, die hij moest toestaan van Franse soldaten in de Franse tijd. In de prachtige Oosterlaan, met aan beide kanten mooie woningen uit de tijd van de walvisvaarders onthult Jacob Roep de kenmerken, die van een commandeurswoning een echte woning van een commandeur maakten, anders dan de iets minder fraai uitgevoerde stuurmanswoning. Op het kerkhof bij de Nederlands Hervormde kerk wordt de met 151,5 gevangen walvissen meest succesvolle walvisvaarder Barent Hansen bezocht. Hij overleed in Hollum en werd net als zijn huisvrouw op Ameland begraven en nog steeds herdacht vanwege hun mooie grafsteen. Zij konden zich permitteren om die in Amsterdam te laten vervaardigen.

Op het kerkhof zou Roep daarna nog meer stenen met een verhaal kunnen bezoeken, maar dat doet hij niet. Meteen daarna volgt de Burenlaan en gaat zijn aandacht naar een café! Zo houdt hij vaart in de rondleiding voor zowel de ouderen, die in geschiedenis geïnteresseerd zijn als de zes- en zevenjarigen en zelfs de hond. Pas later in de rondleiding, nadat de molen is gepasseerd, wijst hij op een straatnaambord met Olvert Pieter Laps’ naam en kiest hij voor het verhaal van de kapitein, die ook op het kerkhof ligt begraven, dichtbij Barent Hansen. Het verhaal gaat dat deze kapitein stierf bij de Azoren, onderweg van Indië naar Nederland. Onder hem voer een groot aantal Amelanders, die hun kapitein mee naar huis wilden nemen en niet met een ‘een, twee, drie in Godsnaam’ overboord wilden zetten. Zij maakten een waterdichte kist voor hem en legden de kapitein te ruste.

Tijdens de tour onthult Jacob Roep hoe arak, een in het Indonesië van nu nog steeds vervaardigde sterke kruidendrank een rol speelde in de thuiskomst van Kapitein Lap, hoe hij vanaf Texel met een extra schip toch aankwam op Ameland en hoe de zeer geliefde kapitein, die bekend stond om zijn vrijgevigheid voor de armen toch de begrafenis kreeg, die hij verdiende. Het is maar één van de diep-menselijke verhalen, die te horen is op de free tour door Hollum.

Free Tour door Nes op woensdag 13.00 uur en 15.00 uur Start bij de Clemenskerk in Nes

Ook de tour door Nes heeft een rode draad.

Hier neemt Jacob Roep zijn gasten mee door Nes en laat hen kijken door de ogen van Kardinaal de Jong en even verderop door de ogen van Koningin Wilhelmina. Dat begint al bij de Sint Clemenskerk, die in 2013 door brand werd verwoest, is herbouwd en nu weer in gebruik is. De Mariakapel wordt bezocht en Roep wijst op het gebrandschilderde raam, waarop de beeltenis van Kardinaal de Jong van buitenaf duidelijk te zien is. Dan neemt hij zijn gasten mee het kerkhof op en vertelt het verhaal van de Jezuïeten, die in de vrije heerlijkheid Ameland van de Cammingha’s in de zeventiende eeuw nog de eucharistie konden vieren en prediken. Even gemakkelijk wijst hij op het graf van een strandjutter en vertelt hoe mensen door te leven wat het strand bracht, in hun levensonderhoud voorzagen.

In Nes bezoekt hij ook de Algemene begraafplaats en de oorlogsgraven. Hier gaat hij in op de aanvallen van de Watergeuzen en de kerk, die onder het kerkhof ligt verborgen. Door een prachtig stukje Nes voert hij vervolgens zijn publiek langs plassengebied de Vleijen naar de molen. Ook in Nes komt de tijd van de walvisvaarders ter sprake, maar is er ook alle aandacht voor het heldhaftige optreden in de Tweede Wereldoorlog van Kardinaal de Jong. Achtereenvolgens wordt stilgestaan bij het standbeeld, het ouderlijk huis van de Kardinaal, zijn residentie en zijn geboortehuis.

Ook in Nes wordt de geschiedenis van de Doopsgezinde Gemeente op het eiland verteld en mogen de gasten (ongepland, maar daarom zo leuk) een kijkje nemen in de achtertuin van het freulehuus aan het Vermaningspad. Mocht u nog willen weten, hoe het precies ging met de troon van Koningin Wilhelmina, toen ze in 1925 Ameland bezocht en waarom Ameland geen zeevaartschool meer heeft, terwijl die vroeger van heinde en ver bezocht werd door leerlingen van de wal, dan raad ik u aan om mee te gaan op een van de woensdagmiddagen.

Gewoon doen

Denkt u dat het oudste huis van Ameland in Nes staat? Weet u nog niet waarom de Burenlaan in Hollum Burenlaan heet? En waarom die laan de eerste bestrate laan van Hollum werd? En heeft u op dinsdagmiddag precies die anderhalf uur tijd om de wandeling mee te maken? Doe het dan en laat u verrassen. En beter nog: houd ook de woensdagmiddag een paar uurtjes vrij voor Nes. Neemt u wat geld mee. Aan het eind van de tour kunt u uw waardering omzetten in het geldbedrag, wat het u waard was. Mijn ervaring? Een Free Tour met Jacob Roep is een aanrader!

jacob-roep-free-tours
jacob-roep-free-tours5
jacob-roep-free-tours4
jacob-roep-free-tours3
jacob-roep-free-tours2


Er bloeit her en der nieuw leven op

Het coronavirus beheerst de wereld: een van de kleinste levende wezens in de biodiversiteit van de aarde heeft de grootst mogelijke invloed op onze samenleving. De Waddeneilanden zijn oases van rust en toeristen komen mondjesmaat aan voor zover de anderhalve meter samenleving dit verdraagt. Op plekken waar het normaal al rustig is in de natuur van Ameland, is er nu bijna niemand meer en gaat de natuur vooral zijn eigen gang. Er bloeit her en der nieuw leven op.

Ganzen en grote grazers

De grote grazers van de Amelan-der veehouders zijn weer inge-schaard op de velden en weiden waar de ganzen het alleenrecht leken te hebben. Na de zachte en regenrijke winter kwam een droog voorjaar met veel nacht-vorsten. Groeizaam was het daar-om allerminst en de ganzen lieten op hun favoriete stukken weinig eetbaars achter. Doch eind mei keren de kansen, de poolcirkel-broeders vertrekken al ras. En voordat de wintergasten ver-trokken zijn, komen de zomergas-ten al aan, lepelaars en grutto’s voegen zich tussen de Rot-, Rood-hals- & Brandganzen. Het is een drukte vanjewelste in de Amelan-der natuur. Ruim honderd vogel-soorten zoeken op het nog rustige Ameland een plek om hun kroost uit te broeden.

De Pauwoogpijlstaart

De hele natuur leeft op, kruiden en bomen bloeien en worden groen. De wilgen rond de duinval-lei-plassen krijgen groene blaad-jes en voorzien veel vlindersoor-ten van voedsel. Zo zijn bijvoor-beeld de grote rupsen van de prachtige Pauwoogpijlstaart gek op wilgenblaadjes en die zijn er genoeg! De eerste enorme exem-plaren van deze pijlstaartvlinder dienen zich al vroeg aan, ze vlie-gen van april tot diep in de zomer. Net als de Dagpauwoog hebben ze prachtige ogen op de vleugels, zoals we die ook op de vleugels van pauwveren tentoongespreid kunnen zien. Doch deze nacht-vlinder doet dat niet zoals de mannetjespauw om aantrekkelijk te zijn, maar juist om af te schrik-ken. Als deze pijlstaart schrikt, laat hij plotseling de pauwogen op zijn ondervleugels zien. Dit ver-oorzaakt een schrikeffect bij pre-datoren, hun natuurlijke vijanden. Mensen vinden dat juist mooi, en bewonderen deze handtamme nachtvlinder maar wat graag. De Pauwoogpijlstaart vliegt op West- en op Oost-Ameland tot op het Oerd aan toe, want de waardplan-ten voor deze soort: wilgen, popu-lieren en appelbomen zijn er overal wel te vinden.

De Brandplekmot

Naast deze grote pijlstaartvlinder van twaalf centimeter is er nieuws van een heel klein vlin-dertje op Ameland. De Brand-plekmot van negen millimeter heeft zich na een twee jaar ver-borgen bestaan weer laten zien. Dit zwarte microvlindertje dat op ’t Oerd van viooltjes leeft, is de laatste 40 jaar nog maar drie keer gesignaleerd. Het heeft op Ame-land zelfs zo lang in verborgen-heid geleefd dat deze zwarte vi-ooltjesmot als uitgestorven be-schouwd werd. In rivieroeverak-kers bij Malden bij Nijmegen werd de Brandplekmot in 1983 voor ’t laatst gezien, totdat deze op ’t Oerd herontdekt werd in 2016. De populatie bleek in eerste instantie echter zo klein en het vlindertje is zo klein en onopval-lend dat het soms jaren duurt voordat er weer een exemplaar opduikt. Dat gebeurde gelukkig in dit zonnige voorjaar weer, zelfs meerdere keren. En zowaar wer-den er meerdere nieuwe popula-ties ontdekt langs een groot deel van de zeereep van Ameland! Er blijken zelfs meer dan voldoende populaties om de soort in stand te houden. Dat is heel goed nieuws. Ameland herbergt voor de Wad-den en voor heel ons land dus goede habitatcondities uit de biodiversiteit voor een unieke vlindersoort in ons land.

Het Groentje

Aan de andere kant van Ameland leeft een vlinder in een heel andere leefomgeving en met een voor vlinders ongewone kleur: groen! Het Groentje leeft niet van viooltjes maar van bramen en heide. En dat is volop te vinden in de duinen, velden en bosranden bij Hollum en Ballum. Dit prachti-ge groene vlindertje doet het daar goed en is een vlinder uit de familie van de blauwtjes. Een uitzondering op de regel die groene kleur, zullen we maar zeggen. De prachtig groene kleur doet uitstekend zijn werk als schutkleur als de vlinder op de groene bladeren van de berk zit en daar zijn ze vaak te vinden. Maar als het op een bruin stuk hout gaat zitten, zoals op de foto werkt ’t even niet. Het Groentje komt veel voor op de Westelijke Waddeneilanden, op de hoge zandgronden van de Veluwe, Drenthe, Twente en Brabant en is bezig met een opmars. Op Oost-Ameland wordt het Groentje in de duinheiden verwacht, zeker als de populatie op West-Ameland zich verder gaat uitbreiden. Voor het Groentje is het belangrijk dat heidevelden niet te veel dicht-groeien met bos, waardoor hun leefomgeving verdwijnt. Dit is op Ameland door beweiding van heide niet het geval.

De Addertong

Een bijzonderheid in de wereld van de Amelander flora is de Ad-dertong. De naam alleen al spreekt tot de verbeelding. Ad-ders komen niet voor op Ameland, geen enkele soort slang. Dus als u goed wilt weten hoe de tong van een adder eruit ziet, hebben we dit aparte plantje om dat te zien. U hoeft daarvoor niet eindeloos door de natuur te gaan speuren om het te vinden, hier op de foto ziet u het in een uitvergrote foto van een exemplaar. Op deze standplaats in de duinen groeien ze tussen de blauwe Duinviooltjes, Walstro en Dikkopmos in, maar ook groeien ze in moerasgebied op West-, Midden- en Oost-Ameland. Daar hebben ze een minder gedrongen groeiwijze door de minder droge omstandig-heden. De Addertong is een spo-renplant en de Addertongfamilie behoort tot de varens. De Gelobde maanvaren behoort tot dezelfde varenfamilie en komt ook op Ameland voor. Hoe het dat varen-tje vergaat vertel ik u een andere keer, want er is nu nog ruimte voor één bijzondere soort uit de Amelander biodiversiteit.

Welhaast het mooiste plekje van Ameland, waar je in coronatijd op vijf en een halve kilometer af-stand van elkaar kunt lopen, is het puntje van De Hon. Precies daar vond ik eind april een keversoort tussen de schelpen van de zand-haak. Ongelooflijk eigenlijk dat er daar kevers kunnen overleven in herfst en winter: in kou, zand-storm en springvloed! En toch is het zo, dit beestje is er helemaal op gespecialiseerd om daar jaar na jaar te overleven en in de zomer een nieuwe generatie op te laten groeien. Over de Strandpriemke-ver heb ik het, zo’n vier millime-ter lang. Een van de sterkste soor-ten kevers in de biodiversiteit van Ameland is het en is de laatste tien jaar slechts acht keer waar-genomen langs de Nederlandse kust. Deze soort stond nog niet op de soortenlijst van Ameland en kan als soortnummer 534 worden toegevoegd.

Hoe gering dan ook, wie het klei-ne niet eert is het grote niet weerd, en blijf genieten van de schoonheid van de natuur voor zover de anderhalve meter samenleving dit toelaat. Het voor-jaar is de mooiste tijd van het jaar!

Strandpriemkever
Pauwoogpijlstaart
Grote-grazers
Groentje
Brandplekmot
Addertong


Hollandse meesters uit de Gouden Eeuw zijn een belangrijke bron van inspiratie voor mijn werk

Bezoekers van Cultuur en Historisch Museum Sorgdrager in Hollum op Ameland kunnen genieten van het prachtige werk van Henk Helmantel. Henk Helmantel is een Nederlandse kunstschilder. Hij wordt gerekend tot de Noordelijke realisten en de Onafhankelijke realisten. Onafhankelijk realisme is een kunststroming van de hedendaagse kunst betreffende realistische kunst en is afgeleid van een groep hedendaagse Nederlandse realisten die onafhankelijk van het reguliere kunstcircuit en de gevestigde kunstwereld een groot publiek weten te bereiken met hun werken. De afbeeldingen zijn altijd herkenbare voorstellingen. Helmantel neemt je mee in zijn wereld. Hij schildert veel stillevens en interieurs van middeleeuwse kerken en kloosters. Als toeschouwer stap je in gedachten de fascinerende, mystieke ruimtes binnen. Hij richt zich met name op de romaanse en vroeggotische bouwkunst, zowel in Nederland als andere gebieden in West-Europa. Op locatie maakt hij een lineaire tekening. Zodoende krijgt hij volledig inzicht, qua licht, kleur en compositie. Later werkt hij dit uit in zijn atelier in Westeremden in Groningen. Hij maakt geweldige stillevens. Adembenemende composities en een lichtinval die je doet denken aan Meesters als Rembrandt. Helmantel is een Meester van deze tijd. Zijn werk vindt in brede kring en internationaal grote waardering.

Kunstmaand Ameland en expositie Amelander musea

Henk Helmantel was tijdens de Kunstmaand Ameland van 2019 één van de deelnemende kunste-naars. ‘Ik had al twee keer eerder meegedaan. Aanvankelijk had men een expositieruimte in een kerk voor mij in gedachten. Mijn voorkeur en een goed gevoel ging uit naar het museum Sorgdrager. Kort nadien werd ik gebeld dat ze akkoord gingen en werd de vraag gesteld of ik na de Kunstmaand nog een lange tijd mijn werk wilde laten hangen in het museum in Hollum.’

22 werken hangen in de prachtige expositieruimte van het museum. Waaronder kleine schilderijtjes van dode vogeltjes. Vanwaar de fascinatie voor dode vogeltjes? ‘Ik vind ze aandoenlijk. Ik wil een monumentje voor ze oprichten. Mijn dorpsgenoten brengen va-ker een dood dier. Het is bekend dat ik ze schilder. Zo kwam de koster van de Gereformeerde kerk eens aan met een ijsvogeltje. Hij was tegen de kerk aangevlogen’. Door ze te schilderen blijven ze leven!

Academie Minerva in Groningen

Helmantel volgde van 1961 tot 1965 de opleiding tot kunstschilder aan de Academie Minerva in Groningen. In 1967 vestigde hij zich in zijn geboortedorp Westeremden om het vak uit te oefenen. Later volgde verhuizing naar de pastorie naast de Andreaskerk. Nadat Helmantel hier de eigenaar van werd, ontdekte hij in de tuin de fundering van de oude middeleeuwse pastorie, in Groningen een Weem genoemd. Na enkele jaren rijpte het plan om deze oude pastorie weer op te bouwen. De vroegere schuur is nu een riante expositieruimte voor de vaste collectie van zijn eigen werk.

Inspiratie

‘Rembrandt van Rijn en Johannes Vermeer, Hollandse meesters uit de Gouden Eeuw zijn een belangrijke bron van inspiratie voor mijn werk. Ik ben een waarnemer. Ik wil in mijn werk ook suggestie aanbrengen. Niet alles krampachtig vastleggen, iets van een vermoeden achterlaten. Ook Rembrandt schilderde als zodanig. In zijn schaduwpartijen zitten spannende indrukken. Ook de oude Vlaamse meesters Jan van Eyck en Pieter Bruegel spreken mij aan. Toch gaat mijn voorkeur uit naar de schilders van de Gouden Eeuw. Ik geloof in de schoonheid van de schepping. De werkelijkheid recht doen. Het is de opdracht van de Schepper die ik gekregen heb. Natuurlijk is het een gave en in combinatie met talent moet je jezelf daarvoor de ruimte geven. Al 53 jaar ben ik met succes be-roepsschilder. Ik heb vandaag ook de hele dag geschilderd. Ik wil niets anders. Ik doe het graag!’

35 jaar Museum Helmantel

Wegens de coronamaatregelen kon zijn eigen museum niet zoals gepland in mei open. Vanaf 1 juni werden de deuren geopend en kunnen bezoekers de nieuwe tentoonstelling van Helmantel zien. De nieuwe tentoonstelling heet: Helmantel thuis – 35 jaar Museum Helmantel. Vanaf het begin van dit museum in 1985 tot heden zullen ongeveer 65 schilderijen van de hand van Helmantel een beeld van deze periode weergeven. Stillevens en interieurs van kerken en kloosters zullen als gewoonlijk de hoofdmoot vormen. Ook dit jaar zijn er weer een aantal nieuwe werken te zien.

Nieuw boek

Onlangs is een nieuw boek verschenen. ‘Licht dat leven doet’ van Henk Helmantel en André F. Troost. Troost is schrijver van gedichten en kerkliederen. In dit prachtige boek brengen ze hun kunstwerken bijeen. Opmerkelijk is dat het schilderij op de voorkant van het boek, een stilleven, nu te zien is in de expositie van Helmantel in het Sorgdragersmuseum in Hollum.

Standvastig in de keuze van onderwerpen

U bent heel standvastig in de keuze van wat u schildert. ‘Ik kan alles schilderen, portretten, land-schappen. Maar stillevens en interieurs van kerken en kloosters gaat mij het beste af. Je moet doen waar je goed in bent’!

De olieverfschilderijen van Henk Helmantel zijn tot 25 oktober 2020 te zien in Museum Sorgdrager, Herenweg 1 in Hollum op Ameland.


Natuurlijk positief, want het glas is altijd halfvol bij de MadNes crew

Het eersteweekend van juli hoort natuurlijk de ongeëvenaarde relaxte MadNes sfeer te overheersen op Ameland. Met surfers en sangria, bands en bingo. En nu, nu was het slechts een gewoon weekend. Maar bij de pakken neerzitten, dat pastniet bij de crew van MadNes. Die kijkt liever vooruit, op naar volgend jaar. Dan moet Ameland zich klaarmaken voor, zoals de organisatie het noemt, de vetste editie van MadNes ooit!

Als halverwege maart de corona-maatregelen steeds meer vorm krijgen, pakken donkere wolken zich samen boven het festivalsei-zoen. Bij MadNes weten ze al vrij snel dat het foute boel is, vertelt Symen Verbruggen, medeorgani-sator van het festival: ‘Eerst hoop je nog dat de situatie op tijd ver-betert, maar dat bleek niet het geval. Een week voor de perscon-ferentie, waarin festivals tot 1 september werden afgelast, wis-ten we al dat de kans dat MadNes door kon gaan nihil was’. Of er flink gebaald is bij de organisatie? Ja, dat kun je wel zeggen. En je begrijpt het des te meer als je weet dat de voorbereidingen écht al heel vergevorderd waren, de laatste maanden voor het festival stonden ‘slechts’ nog in het teken van praktische zaken. ‘We werken bijna het hele jaar rond aan MadNes, in september starten de voorbereidingen al voor de vol-gende editie. We balen het meest dat na al dat harde werken de beloning uitblijft; een geslaagd festival. Daar doe je het gewoon voor!’

We kunnen ook vooruit kijken!

MadNes of niet, de gehele crew verzamelt zich een week voor het bewuste weekend tóch op Ameland. Dat is vaste prik, samen met een vast team van zogenoemde beunhazen, stampen zij dan normaal het festivaldecor uit de grond. Nu gebruiken ze de tijd optimaal om alle decorstukken eens een flinke opfrisbeurt te geven. En zo heeft elk nadeel toch z’n voordeel, legt Symen uit: ‘MadNes 2021 moet vetter dan ooit worden!’

Echt lang balen over de afgelaste editie zit sowieso niet echt in de aard van de organisatie: ‘We kunnen elke dag zitten huilen, maar we kunnen ook vooruitkijken’. De knop wordt snel omgezet, aller-eerst zorgen ze dat iedereen die het festival eigenlijk zou bezoeken iets van MadNes hoort, maar dan wel op geheel eigen wijze natuurlijk. En zo valt er een heus pretpakket op de mat, met alle ingrediënten om tóch het MadNes gevoel te krijgen.

Het fijne nummertje

In dat pretpakket zit ook best iets bijzonders, precies hetgeen dat laat zien hoe betrokken MadNes is bij echt alle doelgroepen op het eiland en ver daarbuiten. Het is namelijk een ticket voor de Mad-Nes Bingoshow ‘Het fijne nummertje’, inmiddels befaamd omdat deze jaarlijks op het festival wordt georganiseerd voor de Amelander ouderen. Traditiegetrouw verza-melen zij zich zondagmorgen op het strand voor dit bingospektakel, er is advocaat met slagroom en de jongere festivalbezoeker haakt vrolijk aan. Zeer gewaardeerd en inmiddels onmisbaar, dus wat doe je als het hele feest niet doorgaat? Juist, dan komen de mannen en vrouwen van MadNes gewoon naar de ouderen toe! En zo geschiede, 5 juli genoten de Amelander ouderen alsnog van de Bingoshow in zorgcentrum De Stelp, en alle reguliere bezoekers van het festival mochten met hun ticket digitaal aanhaken. Is dat creatief of creatief?

Het monster dat corona heet

Een eilandfestival óp het strand organiseren dat zichzelf ieder jaar weer overtreft. De organisatie van MadNes weet waar het mee bezig is en werkt keihard voor duizenden blije gezichten in het eerste weekend van juli. Met de nodige ervaring op zak liggen er protocollen klaar voor een mogelijke afgelasting, maar niemand kan zich voorbereiden op het monster dat corona heet. Symen: ‘Waar we bijvoorbeeld rekening mee houden, is dat er extreem slecht weer aankomt en we het festival enkele dagen van tevoren moeten cancellen. Of dat we de bezoekers tijdens het festival moeten evacueren. Tuurlijk, voor dat soort scenario’s liggen er protocollen. Maar dat we MadNes al maanden van tevoren moesten afgelasten, hadden we natuurlijk nooit gedacht’. Naast de emotionele domper, hakken de financiën er vanzelfsprekend ook flink in. Zo huurt MadNes een tweetal flinke loodsen voor de festivaldecoratie, geproduceerd materiaal zoals toegangsbandjes zijn onbruikbaar maar er komt natuurlijk geen geld in het laatje nu. Nou ja, bijna geen geld. MadNes fans kun-nen ondertussen wel speciale shirts kopen, om het festivalgevoel in huis te halen en natuurlijk om hun favoriete muziek- en sportspektakel een beetje te steunen.

Niet te stoppen

2, 3 en 4 juli 2021, dan moet het gebeuren: MadNes festival terug op Ameland. En hoewel het koffiedik kijken blijft hoe de vlag er volgend jaar bij hangt, zijn de verwachtingen positief. Natuurlijk positief, want het glas is altijd halfvol bij de MadNes crew. Symen: ‘Niemand weet nu nog hoe het gaat, veel zal ook van het vaccin afhangen. We zullen ons moeten aanpassen, maar dat kunnen we ook! Zo zijn we in staat om bijvoorbeeld onze tenten meer open te maken, voor meer frisse lucht. En over die lucht gesproken, volgens mij kan die niet schoner dan op Ameland, haha!’

Traditiegetrouw zou het festival weer een schepje bovenop het bomvolle programma van vorig jaar doen, zo maakte de populaire Britse band Will and the People zijn opwachting, de BMX-waaghalzen zouden nog eens drie keer zo gek doen als vorig jaar én het festival werd wéér een stukje duurzamer. Maar gelukkig, een groot deel van het programma kan hoogstwaarschijnlijk doorgeschoven worden naar volgend jaar. Daarmee blijft een nog grotere financiële strop gelukkig uit.

Inmiddels is de organisatie nu al niet meer te stoppen om volgend jaar een festijn neer te zetten waar je u tegen zegt. ‘Wat bezoekers kunnen verwachten? In ieder geval een geheel nieuwe sfeer en beleving van het festival, we kunnen nu veel meer tijd steken in het opknappen en vernieuwen van de aankleding. Daarnaast gaan we aan de slag met het aanvragen van subsidies voor MadNes, om alles naar een nóg hoger niveau te kunnen tillen.’ Een festival gebouwd op enthousiasme en positiviteit, dat hoort gewoon thuis op het eiland.

IMG0648
DSCF5747
DSCF5626
DONE3785
DONE3767


© 2020 De Amelander. Alle Rechten Voorbehouden. Design by Webtool4all