• 0519-555100
  • 06-22485795
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Welkom op deamelander.nl

50+1 jaar Koudenburg, met historisch besef als basis

Tino Barf: ‘Kun je als ondernemer wel met pensioen gaan?’
Op het document van de Kamer van Koophandel staat april 1970, het moment waarop Koudenburg als kampeerterrein en caravanpark startte. Door de ruilverkaveling was Piet Barf in het bezit gekomen van 7,5 hectare aaneengesloten land met de duinen als noordelijke begrenzing. Zijn zoon Arend Gerrit boerde op de Tussendijken. Dat moest eigenlijk anders, rugklachten maakten het moeilijk voor hem om dit vol te houden. Het roer ging om: het bijeenkomen van meerdere kleine percelen, zo dicht bij het unieke natuurgebied maakte een nieuwe start mogelijk voor een camping. 2020, 50 jaar later eiste corona alle aandacht op. Nu 51 jaar later kijkt de kleinzoon van Piet Barf en zoon van Arend Gerrit, Tino Barf terug op het ontstaan en de ruim 50 jaren daarna waarin Koudenburg uitgroeide tot een begrip.

Koudenburg, altijd al een plek om te ondernemen.

Door haar noordelijke ligging dicht bij het strand is Koudenburg altijd wat afgelegen geweest van het dorp Hollum, wat bepaalde avontuurlijke vrijheden bood. Zo spreekt in 1811 Cornelis Zorgdra-ger over smokkelpraktijken van Helgoland naar Ameland en vond-sten van de ‘dovanen’ (douanen) op het grondgebied van Kouden-burg. En al eerder stond er op Koudenburg een grote ‘boere schuur met behuisinghe’ van Johannes Tjallings Swart, Swart-senburg genaamd. Toen Johannes Swart overleed in 1804 werd dit bedrijf van de man, die ook ‘De Zwaan’ liet bouwen, in 1805 in gedeelten verkocht naar de vaste wal.

Tino Tjeerd Barf: ‘Toen mijn va-der startte, waren de eerste om-standigheden primitief, om het toiletgebouw te verwarmen werd een dieselaggregaat gebruikt, Andries Metz uit Nes bracht de olie. Mijn ouders AG en Tea kre-gen drie zonen: Pieter, Tino en Eduard. Mijn jongste broer Eduard vaart als bootsman op de lijn Rot-terdam-Engeland. Pieter beheert gebouwen van hun verhuurbe-drijf. Door omstandigheden raakte ik op mijn 23e verbonden aan Koudenburg. Ik heb de MEAO gedaan en als vakken Duits, En-gels, privaat- & publiekrecht en economie. Na de school heb ik een jaar gewerkt op Duinoord, een grote camping, een erg leerzame periode. Daarna moest ik opko-men voor m’n dienstplicht bij de Marine. Na zeven maanden ge-diend te hebben in Den Helder, kwam het moment dat Kouden-burg en mijn ouders een beroep op mij deden. De burgemeester heeft een brief geschreven om aan te tonen dat ik dringend naar huis moest komen. Vanaf dat mo-ment ben ik gestart op Kouden-burg: structuur aanbrengen, ho-reca aan de tijd aanpassen, bunga-lows bouwen, verkopen en verhu-ren. Rond 2009 ontstond de situa-tie dat ik alleen door ben gegaan en Koudenburg daadwerkelijk heb overgenomen op papier. ’t Grap-pige is dat gasten die hier reeds lang staan met hun caravan nog altijd refereren aan afspraken die ze in die tijd gemaakt hebben met m’n ouders, ach ja’.

Is het de keuzemogelijkheid uit diver-se vakantie-onderkomens, die van Koudenburg een succes maakten?

In totaal herbergt het terrein ongeveer 138 caravans. Verder een kleine camping voor tenten en toercaravans en een Groeps-huys.

Tino: ‘In 1993 zijn we begonnen met de bungalows. Daar ging het een en ander aan vooraf: gesprek-ken met bank en de accountant, het plan van aanpak. Gefaseerd zijn de bungalows gebouwd. De 26 bungalows zijn grotendeels in particulier bezit, enkele bunga-lows zijn kortgeleden terug ge-kocht en worden nu door ons verhuurd. Toen het bungalowpro-ject af was, ben ik zeven weken naar Australië gegaan, dat was nodig, een andere horizon, ander land, even afstand nemen. Van de opbrengst van de bungalowver-koop hebben we Koudenburg kunnen upgraden, met name de A.G.’s Pub zoals die nu is, de stra-ten, het Centrumgebouw, het Badhuis en het Groepshuys.

Het is erg bijzonder dat ik gasten, die ik nog ken uit mijn jeugd, weer terug zie komen. Ze vertel-len mooie verhalen van toen en het is ook leuk om te horen wat ze uiteindelijk zijn geworden. Soms inmiddels gescheiden en weer hertrouwd. Ze herinneren zich de mooie tijd uit hun jeugd en ko-men terug, op zoek naar toen, het eilandleven? Het gevoel van toen proberen we te laten herleven met onze wekelijkse barbecues op zondag, met m’n vader achter de vuren, zomers het ambachtelijk visbakken, de camping trekker-tocht naar het Oerd met een buf-fet ter plaatse, de Koudenburg-walk en run. En in de herfst het garnalen kruien. De tijd van de Ambla & West-End zijn ze niet vergeten. ‘Wat een geweldige jeugd hebben we gehad tijdens onze vakanties op het eiland Ame-land, met als thuisbasis Kouden-burg’ herinneren ze zich’.

En wellicht is het ook de aanwezigheid van ‘een buurman’ als de golfbaan, die een bezoek aan Koudenburg extra aantrekkelijk maakt?

‘De golfbaan is een mooie aanvul-ling, we kunnen faciliteren in het aanbieden van voordelige green-fees. En een golfbaan next door is natuurlijk een prima combinatie. Voor de jonge golfers (onder de zestien jaar) zou het mooi zijn dat ze daar iets mee gaan doen, bij-voorbeeld weer gratis op de prachtige par 3 baan, na les en toestemming van de Golfpro na-tuurlijk. Het zijn de golfers van de toekomst. Zowel mijn ouders, als mijn kinderen, maar ook ikzelf golfen graag. Op dinsdagavond is er een gezellige golfavond, be-kend onder de golfers als: balle-tje-balletje. Golfen en daarna een gehaktbal van m’n vader in A.G.’s Pub.’

In hoeverre kun je ooit spreken van ‘met pensioen zijn’ als je ondernemer bent?

‘Mijn vader A.G. is al jaren met pensioen, maar nog steeds nauw betrokken bij de zaak, bijna elke dag komt hij even langs voor een praatje en wijs advies. Hij is nog altijd actief met hand- en span-diensten, net als mijn moeder. Die verkoopt de kippeneieren bij de receptie. M’n vader verkoopt z’n groenten uit de groentetuin aan de gasten. Ben ik er een dag niet, dan vervangt hij mij graag. Zo-mers verzorgt hij de barbecue en voor een middag visbakken voor de gasten draait hij ook zijn hand niet om. Ik zeg hem dan wat rusti-ger aan te doen. ‘Ben nog zo sterk als een peerd’, zegt hij dan. Sinds kort heeft hij twee knuffelpony’s en sinds kort is er een veulen bij, Rico.’ De familieband is hecht, Tino’s zonen voelen zich verbon-den met hun opa. Lachend ver-volgt Tino het verhaal van de geboorte van het veulen. ‘Op de avond ervoor zei ik, het is leuk als er veulentjes zijn, maar dit jaar geloofde ik er niet zo in. De pony’s worden dikker en dikker, volgens mij omdat ze op veel te veel gras staan. Ik zei tegen mijn vader: Het komt zo niet goed met die pony’s. Hij was wat aangeslagen door mijn kritiek. ’s Ochtends om 07:00 uur werd Rico geboren! Mijn zonen spraken mij erop aan: Papa, dat was niet aardig van je gisteren tegen opa. Nu zie je wel dat hij toch gelijk heeft.’

Er is in de familie Barf altijd wel een grote connectie geweest tussen de generaties. Ik doel daarmee op de 160 jaar dat de familie Barf een voerman met paarden beschikbaar had voor de lancering van de reddingboot. Ik lees in ‘Reddingwezen op Ameland’ dat Hans Barf al in 1824, bij de oprichting van het reddingsstation Hollum als eerste in de rij met twee paarden de reddingboot hielp lanceren.

‘Mijn opa Piet Barf was 50 jaar voerman, mijn vader volgde hem op en mijn broer Pieter hem weer. Nog niet zo lang geleden eindigde de familietraditie. Zelf ben ik niet zo’n paardenman. Mijn broer wel, die heeft iets met paarden. Doen precies wat hij zegt. Het lanceren van de red-dingboot is één van die eilander tradities, die toeristen of ze nu veel of weinig te besteden heb-ben massaal bezoeken’.

Is er nog plaats op Ameland voor de patat-, pannenkoek- en fietstoerist?

Tino’s gezichtsuitdrukking veran-dert naar nadenkend als hij zegt: ‘We hebben een gezond familie-bedrijf maar toch: de druk is hoog. Kijk ik naar mijn naaste buren dan is Amelander grond overgegaan in handen van bedrijven buiten ons eiland. Vanuit de Gemeente is er weinig contact. We worden als campings telkens geconfronteerd met lastenverzwaringen en dat in deze lastige coronatijd. Ik zou eerder steun verwachten van de Gemeente. Bijvoorbeeld overleg, wat in eerdere tijden regelmatig plaatsvond en dat contact wordt gemist, een wethouder of raadslid die even langs kwam om te vra-gen hoe het gaat… In plaats daar-van is de WOZ waarde voor de camping verdubbeld. De kosten voor een caravaneigenaar zijn fors verhoogd. Waarom wordt de ondernemer, die plaats biedt aan de gasten, die Ameland decennia lang bezoeken, de camping- en caravangast, geconfronteerd met deze gigantische lastenverho-ging? Het voelt alsof er aan je stoelpoten wordt gezaagd. De heffingsambtenaar lijkt vrij te zijn in zijn keuze bij deze verho-gingen. De Raad zou meer moeten controleren. Het enige wat we kunnen doen, is vervolgens be-zwaar maken, werk van werk’.

Waar wil Ameland naar toe in de toekomst?

Tino: ‘Soms denk ik dat het een toekomst is met villa’s en à la carte toeristen. Wij hebben drie zonen. De oudste van onze kin-deren doet een opleiding voor leidinggevende in de recreatieve sector in Leeuwarden en helpt regelmatig al mee. We denken wel na over onze opvolging, maar ik vind dat het overnemen door de kinderen een proces moet zijn. Ik zie onze tweede zoon bij een aankomst gastvrij een rondje doen over het terrein, waarbij hij de gasten wijst op de fietsenver-huur, op de A.G.’s pub en de Golf-baan. Als ik tegen onze jongste zeg dat er nodig gras gemaaid moet worden, dan zit hij voor ik me heb omgedraaid al op de gras-maaier. Een bedrijf als het onze voedt direct vijf tot zes gezinnen en dan zijn er nog allerlei bedrij-ven die indirect geld verdienen aan de camping. Wij laten het bij caravans of zoals we ze nu noe-men, chalets’.

De gezelligheid van Koudenburg.

Tino: ‘Degenen, die na jaren te-rugkomen, praten met mij on-middellijk weer over de ouder-wetse persoonlijke gezelligheid, die ze hier aantroffen op het Kou-denburg van met name mijn ou-ders. Ook ik houd niet van dat massale, maar vind het leuk om dingen te organiseren: vroeger de bekende voetbalwedstrijden bijvoorbeeld, Koudenburg tegen Boomhiemke of Amelandia. Zo gaan we minstens een keer per jaar met een grote trekker naar het Oerd, de catering wordt zo’n dag verzorgd.

We organiseren de Koudenburg-walk met een geheime catering ergens op een mooie plaats. Er lopen al gauw 40 tot 50 man mee. Kosten voor deelname is nihil, dat men het leuk vindt, is veel be-langrijker. ’n Paar keer hebben we de Koudenburgrun georgani-seerd, dan begroeten we circa 99 deelnemers. Voor kids is de af-stand: één of twee kilometer. Voor de volwassenen vijf en de tien kilometer. Na de tijd is het gezellig napraten.

Dan zijn er natuurlijk wekelijks de barbecueavonden met mijn vader en is er minstens één keer per jaar of vaker een dag waarop we vis roken en bakken. Ook dan gaat mijn vader weer los achter de vuren. Hij zorgt voor de gebakken vis. De verse vis komt vanaf Urk & Lauwersoog. Vis om te roken: makreel, rode poon & zalm. De eerste keer werd de vis vervoerd in de auto van de vrouw, lekte natuurlijk aan alle kanten, mocht de pret niet drukken, de vis was op Holwerd. Daar werd de vis verder vervoerd met de rubber-boot. Op de zaterdagochtend star-ten we al met het schoonmaken van de vis. En dan waait er in de middag over heel Koudenburg de geur van gerookte en later ook van de gebakken vis. Vorig jaar zijn we gestart met de verkoop van pizza’s, een erg groot succes.

Begin juli ondernemen we met enkele mannen, een reis naar de Westpunt van Terschelling. Met twee rubberboten gaan we dan op weg naar de prachtige haven. Broer Pieter vaart de ene boot en ik de andere. Voor de lunch ne-men we gerookte zalm, garnalen, haring en oesters mee, de prosec-co mag dan niet ontbreken, meestal in de haven nuttigen we dit bij aankomst. Een prachtige rit, die we hopen elk jaar te mo-gen doen, afhankelijk van het Weer & Tij, c’est la vie !’

Zou je kunnen zeggen dat het de gewone dingen zijn, die op Kouden-burg nog kunnen en daarmee die speciale sfeer creëren. Of is gewoon helemaal niet zo gewoon?

Tino peinzend: ‘In deze tijd voe-len mensen zich al snel ongemak-kelijk als ze ergens niet voor hoeven te betalen. Als je zegt: ‘ik vind het leuk dat je er bent, dit biertje is van mij’. Eerder was dit niet zo’n probleem, toen ruilde je bij wijze van spreken schelpen voor zand en dat was goed. Je kunt best genieten van een mooie fles wijn, die geen € 80,- kost….
Op Koudenburg zijn er mensen, die een klus of klusje voor hun rekening nemen, gewoon vrijwil-lig. Dat kan van alles zijn. Daar hebben we het over tijdens het vijf-uurtje in A.G.’s pub. Daar be-spreken we de politiek. Dat kan de Amelander politiek zijn, maar ook de wereldpolitiek. Onder leiding van Ome Douwe, een gepensio-neerde gast, trachten we de we-reld te verbeteren en wordt de politiek onder de loep genomen en verbeterd natuurlijk. Tegen zeven uur drinken de gasten nog een jonge borrel en is het klaar voor de dag, iedereen gaat weer naar zijn eigen verblijf’.

A.G.’s Pub, bekend over het hele eiland en ver daarbuiten, wat maakte het zo’n succes?

‘We hebben over het concept goed nagedacht, maar dat is de kracht van m’n vader, eenvoud en altijd druk met iedereen het ge-zellig te maken. We zijn toenter-tijd naar Cambridge gevlogen met ons team om kennis te maken met de Pubs daar. Durk Venema, met wie ik veel gevlogen heb, ver-zorgde deze vlucht van Ballum naar Cambridge, een prachtige vlucht over het Kanaal. De Pubs daar hebben frivole namen, O’Dolly’s Pub en zo. Voor ons niet nodig, over de naam waren we het eens. Men zei in het dorp altijd, met name bij de voetbal-wedstrijden ‘we gaan naar A.G. !’ Die relaxte no-nonsense sfeer… Is dat het niet wat de gasten ook op Koudenburg zo waarderen? Hoe ze gestrest binnenkomen en na een aantal dagen beginnen te merken dat ze opknappen, door ogenschijnlijk heel gewone din-gen: zon en strand, een fietstocht over het mooie eiland Ameland. Met Durk Venema heb ik regel-matig lange vluchten gemaakt, naar Kopenhagen een paar keer. ’s Ochtends vroeg weg en rond een uur of half elf waren we er. De Duitse eilanden hebben we re-gelmatig bezocht, er ook over-nacht. Vaak bezochten we Helgo-land, een apart eiland met een mooie geschiedenis. Zo keek ik vaak hoe men omging met de toerist daar, erg interessant om te zien.’

Op het eind van de dag een mooie likeur, Babbelaar Amelander!

‘Twee keer per jaar, met Pasen en eind oktober houden we vanaf vijf uur een Koudenburgborrel, daar serveren we een hapje bij en er is achtergrondmuziek. Henk Kuiper, de Troubadour bijvoorbeeld. Ie-dereen komt, een heel laantje is er. Met Pasen begroeten de men-sen elkaar, vertellen over hun winter en hoe ze hun caravan hebben klaar gemaakt voor het komende seizoen. Ik doe dan de speech niet zelf, maar doe een beroep op een van de gasten, die vaak spreken in het openbaar. In de pub spreken we niet over zake-lijke dingen, degene die dat doet krijgt de rekening gepresenteerd. Het verziekt de sfeer, dat is niet gezellig. Dit is een belangrijke balans. Voor financiële kwesties is er de receptie. Zo houden we de babbelaars, die het hebben over het lekkere weer van die dag en de mooie fietstocht over. Sinds een paar jaar hebben we van de babbelaars aan de bar de naam geleend voor een speciaal drank-je, wat we schenken en ook ver-kopen aan wederverkopers. Ster-ker nog, hier ligt een taak voor de babbelaars: in een speciaal aange-schafte mini worden de bestelde Babbelaars persoonlijk bezorgd. De grote, middel- en miniflessen en flesjes zijn voorzien van een etiket, wat door kleur en foto van de Amelander vuurtoren een oud-ambachtelijke sfeer uitstraalt.’

In A.G.’s Pub hangt prominent een foto van Tino’s grootvader Piet Barf en zijn vriend en makker beurtschipper Cor Bruin. Eronder staat ‘met historisch besef als basis’. Tino: ‘Dat is nog steeds onze basis van waaruit we handelen’.

vier-generaties-barf
faf39967-c563-4787-9033-b19b185bff1f
c38ba2f5-3012-4041-a594-2c55b2c17f60
Bekijk-recente-fotos-002
adf38e9b-0e72-437f-a52a-8cf83d6d48bf
9867b486-c3ad-4db9-a8f6-915aa0d75774
5611dc2b-fbb0-428f-af84-5846d574e192
349fab4e-2174-4904-b27c-863fcf5f759e
008bc952-5443-4868-94c4-cc44c1bad3bf
2d7fd1ff-6d12-499f-9ed2-cc1abdbb0467


© 2021 De Amelander. Alle Rechten Voorbehouden. Design by Webtool4all