• 0519-555100
  • 06-22485795
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Welkom op deamelander.nl

Het zeemansleven van Pieter de Boer in beeld

Het was voor Alida Smid-de Boer een emotionele gebeurtenis op die zondagmiddag in oktober 2020. Ze werd gebeld door haar nichtje Etje, dochter van haar broer Reimer de Boer en Corrie Visser. ‘Ik ben de laatste uit het gezin de Boer’, vertelt Alida. Dat was de reden waarom Etje haar belde. ‘Ik heb wat gevonden en dat komt jou toe’ vertelde Etje. ‘Ik heb alle scheepspapieren gevonden van Opa de Boer.’ Het was Etjes bedoeling om ze persoonlijk te komen brengen, maar precies rond die tijd werd de lockdown een spelbreker en na overleg besloot Etje de papieren dan toch maar te versturen. Zo kwamen de scheepsbescheiden van Pieter de Boer per post bij Alida binnen op 2 november. Alsof hij zelf de regie er nog in had: precies op de verjaardag van Pieter op 2 november.

De vraag van Jacob Wagenaar maakte dat in het leven van Piet de Boer een koerswijziging werd ingezet. Het bleek het einde van zijn zeemanscarrière te zijn en redde waarschijnlijk zijn leven.
We schrijven november 1939. In Amsterdam verblijft Pieter de Boer voor zijn laatste voorberei-dingen voor zijn reis als bootsman met de ‘Simon Bolivar’. Omdat hij toch in Amsterdam is, besluit zijn zwager Jacob Wagenaar (van Wa-genaars busonderneming in Nes) Pieter op te zoeken in zijn loge-ment. Je kunt hen bijna voor je zien. Hoe ze daar zaten tegenover elkaar, de twee zwagers, Jacob met zijn prachtige snor en de sterke bootsman Pieter, al in scheepskleding klaar voor de reis. ‘Piet, bistou dien leven moe?’ moet Jacob op een gegeven mo-ment in alle eerlijkheid gevraagd hebben aan Piet de Boer. Het was in 1939 oorlogsdreiging alom. De Eerste Wereldoorlog was pas twintig jaar geleden geëindigd en stond nog in de herinnering van iedere zeeman gegrift. Jacob Wa-genaar wist Pieter te overtuigen, hij haakte af en liet de reis aan zich voorbij gaan. In het boek ‘Varen in oorlogstijd’ van S.J. Graaf van Limburg Stirum lezen we over de lotgevallen van het passagiersschip Simon Bolivar met aan boord 265 passagiers en een bemanning van 132 koppen. Op 17 november vertrok de Simon Boli-var zonder Pieter de Boer vanuit Amsterdam naar West-Indië en zou ter vermijding van de in West-Europa ter zee dreigende gevaren tijdens de verdere duur van de oorlog aan de overzijde van de Atlantische oceaan blijven. Op 18 november al liep aan de oostkust van Engeland bij het lichtschip Sunk de Simon Bolivar op mijnen. De eerste hevige ont-ploffing vond plaats onder het voorschip vlakbij de brug en kost-te het leven aan kapitein Vorspuy. De tweede explosie volgde in de midscheeps, waardoor passagiers, die al in de sloepen zaten te water raakten. Er waren vele ernstig gewonden. Engelse marinevaar-tuigen schoten onmiddellijk te hulp. De Simon Bolivar zonk ech-ter vrij snel en de sterke getijde-stroom maakte dat drenkelingen wegdreven. De ontploffingen veroorzaakten de dood van 59 passagiers en 43 bemanningsle-den. Onder de doden bevond zich behalve de kapitein ook de net als Piet de Boer uit Hollum afkomsti-ge Hendrik Ruygh.

Terug naar de documenten en naar het begin van het zeemansleven van Pieter de Boer.
Pieter de Boer was in 1906 in Hollum geboren. Zijn ouders wa-ren Cornelis de Boer, die ook bootsman was en Antje Visser. In september 1921 wordt aan de dan vijftienjarige Piet zijn eerste monsterboekje uitgegeven. (afb.1) Hij kan aan het werk bij de K.N.S.M. en hij vertrekt als ma-troos. Het zal zeker bij zijn sollici-tatie geholpen hebben dat de maatschappij zijn vader kende, de bootsman. Bovendien had men graag jongens van de waddenei-landen, ze konden aanpakken en hadden het in zich om uit te groeien tot uitstekende zeelui. Zijn eerste schip wordt aangeduid met ss: sailing ship. Gaat hij als snelle en lenige jonge jongen het want in? Het lijkt erop. Het zou echter ook al een stoomschip geweest kunnen zijn, ook stoom-schip wordt als ss geschreven. Het volgen van Piet de Boer wordt nog leuker als hij in 1926 op 1 maart in dienst moet. Als varens-man kan hij zijn diensttijd door-brengen bij de marine. Hij start met een opleiding in Willems-oord, maar gaat al op 12 april, na een opleiding van vijf weken aan boord van het schip Hare Majes-teits Tromp als ‘zeuntje’. En dat voor een soldij van 80 cent per dag. (afb.2) Maar op 12 juli van hetzelfde jaar verandert zijn functie in ‘matroos’ en gaat zijn soldij omhoog: naar één Holland-sche gulden. Dat mag ook wel, want zijn complete garderobe, wat moest worden aangeschaft voor de dienst moet worden te-rugbetaald. (afb.3) Het is een in-drukwekkende lijst inclusief twee hangmatten van samen 9,80, twee flanellen onderbroeken en drie borstrokken. Piet zal van deze kledij ook later wel plezier gehad hebben, want hij verlaat de Mari-ne in november 1926, maar keert voor een herhalingsoefening in 1929 nog eens terug aan boord van ‘Hare Majesteits van Speijk’ gedurende vijf weken. Dat moet hij een mooie onderbreking ge-vonden hebben van zijn gewone zeemansleven, al was ook nu de soldij matig: één Hollandsche gulden per dag.

Reizen per trein in 1926

Pas in december 1940 werd het spoorstation Holwerd gesloten. Tot dan verzorgde het Dockumer Lokaeltsje het vervoer van passa-giers richting de veerboot naar Ameland. (Afb.4) Voor zijn reis per trein richting zijn kazerne bij Willemsoord in Rotterdam heeft marinier Piet de Boer in zijn vaarboekje een bewijs van gratis vervoer: afgegeven in Den Helder op 28 juni 1926. Aanwijzingen voor de reis: Vertrek van Ame-land met het Rijksveer. (Afb. 5) Vervolgens stapte hij in Holwerd in het Dockumer Lokaeltsje om via Sneek, Obdam, Beverwijk en Lisse naar de Marinierskazerne in Rotterdam te treinen. Wat jam-mer dat er zo’n enorme hoeveel-heid stationnetjes zijn verdwe-nen, sinds die tijd. Ook voor de veerboot krijgt Piet de Boer een gratis passagebiljet, uitgeschre-ven op de dag dat hij de Marine verlaat. Het is niet om zomaar te gebruiken. Beiden mag hij ge-bruiken als hij wordt opgeroepen bij spoed. Een plotseling ontstane oorlogssituatie, bijvoorbeeld. (Afb.6)

Streng toezicht van de Ge-meente Ameland

Op 22 november 1926 stuurde de secretarie een strenge toevoe-ging aan het Marine vaarboekje. Piet de Boer blijkt vóór de aan-vang van iedere buitenlandse reis dat te moeten komen melden op de secretarie. Ook de naam van het vaartuig, waarmee hij ver-trekt en de bestemming van de reis moeten bij de secretarie bekend zijn. Bij terugkomst moet dat weer worden gemeld. Niet nakoming wordt beschouwd als overtreding en is strafbaar. Ver-gaande bureaucratie al in 1926…, nog wel in een gewoon hand-schrift, dat dan weer wel. (Afb.7)

Liefde op het ijs

Was het in de strenge winter van 1929 dat Piet de Boer uit Hollum het Nessumer meisje Baukje Wa-genaar ontmoet schaatsend op het ijs van de dijksloot tussen Nes en Hollum? (Afb. 8) Ze trouwen in de zomer van 1930 op 14 augustus. Dat valt te lezen in hun trouw-boekje. (Afb. 9) Van die tijd da-teert ook een foto. Ze zijn een knap paar! De moeder van de bruid zorgde voor huisvesting, voor het jonge paar liet ze een huisje bouwen tegenover wat nu de Chinees is aan de Strandweg in Nes. Later zou Baukje haar moe-der in huis nemen en jarenlang verzorgen. Nu is daar Rijwielver-huur Nobel gevestigd. Ook Alida Smid verhuurde er net als haar broer al fietsen en had in het woonhuis van haar ouders een winkel.

Het is een meisje…

Bewaard gebleven is het telegram met gelukwens(ch), dat Piet stuurt aan Baukje als hun dochter Annie is geboren. (Afb.10) Piet is in de jaren daarna bijna aanhoudend aan het varen, hij wordt pantry-medewerker aan boord van ss Prins Frederik Hendrik (nog steeds een sailing ship?), zo staat in zijn monsterboekje. Hij ziet in die tijd de hele wereld. Het zijn gevaarlijke reizen, waarbij het schip meerdere keren Kaap Hoorn rondt, maar Piet de Boer is wel-licht nog meer op zijn hoede als het schip de Golf van Biskaje over-steekt. Hij is ambitieus, als hij een aanbieding krijgt om op Curaçao bij de olieraffinaderijen te gaan werken, probeert hij Baukje over te halen met hem naar Curaçao te verhuizen. Het gaat te ver voor Baukje, ze weigert en zegt op Ameland te willen blijven wonen. Piet brengt wel een souvenir voor haar mee: dit prachtig geborduur-de zakdoekje van de Antillen. (Afb.11) Als we Piets monster-boekje van 1938 volgen dan blijkt hij inmiddels te zijn opgeklom-men tot bootsman op de ‘Crijns-sen’. Bootsman is een rang (on-derofficier) en functie aan boord van koopvaardijschepen. (Afb.12) De bootsman heeft de leiding over de matrozen en lichtmatrozen. Hij krijgt zijn instructies van de eerste stuurman en onder diens leiding is hij verantwoordelijk voor onder andere het onderhoud van het schip, maar op een passa-giersschip ook het smetteloos schoon zijn van de passagiersdek-ken en -verblijven. Zonder het zich op dat moment bewust te zijn, maakt hij zijn laatste reis, als bootsman op de ‘Boskoop’, die hij op 7 september 1939 verlaat via de gangway.
(Afb.13)

Pieters vader Cor

Wie wel de hele oorlog doorvoer was Pieters vader Cor (1879-1968). Hij en zijn vrouw Antje woonden in de Burenlaan, tegen-over de Welvaart. Helaas is zijn grafsteen enige jaren geleden verwijderd, er stond een mooi zeilschip op. (Afb. 14) Ook vader Cor voer op een passagiersschip: de ss Cottica, dat op 30 april 1927 te water was gelaten. Net zoals zijn zoon was hij bootsman. Bootsman zijn op een passagiers-schip is een aanzienlijke en ver-antwoordelijke functie. Alida Smid vertelde dat haar opa een koninklijke onderscheiding heeft gekregen voor de vele jaren dat hij trouw de K.N.S.M. gediend heeft, waarvan jarenlang op de ss Cottica. Hij was er trots op en droeg de onderscheiding altijd. De onderscheiding en zijn gouden horloge zijn nog altijd in bezit van de familie de Boer in Hollum.

Toch weer varen…

Met het aanpakken van alles waarmee hij iets kon verdienen voor zijn gezin, kwamen Piet en Baukje de oorlog door. In 1943 werd zoon Reimer geboren en in 1946 Alida. ‘Ik was een echt va-derskind’ vertelt Alida. (Afb. 15) Ongetwijfeld zal ook vader Piet ervan genoten hebben deze twee kinderen te zien opgroeien. Met heel veel plezier pakte Piet na de oorlog het varen weer op bij Wa-genborg Passagiersdiensten, nu op de Waddenzee. Op foto’s is hij te zien op de Maria Louise, een van de Rijksveren in die tijd. (Afb. 16) We zien hem aan de touwen (Afb. 17), als roerganger, als oplettend bemanningslid tijdens ijsgang. (Afb. 18) En wellicht dacht hij nog wel eens terug aan de wijze raad van zwager Jacob Wagenaar, die hem ervoor behoedde om scheep te gaan op de Simon Bolivar, die verging door oorlogshandelingen, voordat de oorlog echt was uitge-broken.

Met dank aan Alida Smid-de Boer en haar nichtje Etje voor het beschikbaar stellen van de vaardocumenten van hun vader en grootvader.
Dank ook aan Pieter Jan en Tineke Borsch voor de aanvullende informa-tie over het passagierschip ‘Simon Bolivar’ en bootsman Cor de Boer.


© 2021 De Amelander. Alle Rechten Voorbehouden. Design by Webtool4all